In de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, die is gepubliceerd op 8 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10078, was de handhaving van de geluidsnorm uit artikel 22.63 van het omgevingsplan (de bruidsschat) aan de orde.

Eiseres exploiteert een sportschool. De sportschool is 7 dagen per week, 24 uur per dag geopend en is gevestigd op de begane grond van het pand. Boven de sportschool zijn meerdere appartementen gelegen. De derde-belanghebbende bewoont een appartement dat zich boven de sportschool bevindt. Zij ervaart met regelmaat geluidsoverlast in haar woning. Met name ’s nachts ervaart zij door piekgeluiden ernstige verstoring van haar nachtrust. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft het college handhavend opgetreden.
Ingevolge art. 22.63, lid 3 v.h. omgevingsplan zijn de in tabel 22.3.3 genoemde geluidsniveaus toegestaan in een geluidsgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidsgevoelig gebouw.
Aan het bestreden besluit ligt het onderzoek van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), neergelegd in de verschillende rapportages ten grondslag. De rb. is van oordeel dat het college op basis dit onderzoek, dat door een deskundige is verricht en meerdere meetmomenten omvat, heeft kunnen vaststellen dat de geluidsnormen in de woning van derde-belanghebbende worden overschreden door activiteiten in de sportschool. Uit de verschillende geluidsmetingen blijkt dat de geluidsnormen, onder meer in de nachtperiode, in de woning van de
derde-belanghebbende meermaals worden overschreden.
De rb. kan het college volgen in het standpunt dat het onderzoek van Alcedo onvoldoende representatief is voor de geluidsbelasting van de sportschool. De metingen van de ODH zijn onaangekondigd uitgevoerd, gedurende een periode van meerdere dagen, avonden en nachten. In het onderzoek van Alcedo daarentegen is twee maal voor een aanzienlijk kortere periode gemeten, en met als uitgangspunt een geënsceneerde situatie. De rb. oordeelt dat daarmee het spontane karakter v.d. metingen ontbreekt en dat dit afdoet aan de representativiteit van de metingen.
Er was geen aanleiding om metingen te doen in de sportschool zelf zoals Alcedo voorstelt, omdat uit art. 22.63 omgevingsplan volgt dat het gaat om de normen die gelden in een in- of aanpandige ruimte en het college op dat moment niet hoefde te twijfelen aan de bevindingen van de ODH. Daar komt bij dat Alcedo bij de meting in het appartement van de derde-belanghebbende ook overschrijdingen van geluidsnormen heeft gemeten bij activiteiten in de sportschool in de nachtperiode. Dat ondersteunt op zichzelf de bevindingen van ODH.
Lees hieronder meer.