Deze rechtbankuitspraak handelt over handhaving op de zorgplichten uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In 2019 hebben de buren van eiser op het naastgelegen perceel een schuur gebouwd in de ruimte tussen de beide woningen. Deze schuur staat op enkele centimeters afstand van de zijgevel van de woning van eiser, op grond die eigendom is van de buren. Eiser heeft een handhavingsverzoek ingediend omdat hij als gevolg van de schuur vocht- en geluidsoverlast ervaart in zijn woning.

Ten eerste stelt de rechtbank vast dat de schuur vergunningvrij mocht worden gebouwd. De schuur voldeed namelijk aan het omgevingsplan.
Ten tweede onderzoekt de rechtbank of sprake is van strijd met het Bbl in het licht van de regel dat een bouwwerk dient te beschikken over een zodanige voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater of hemelwater dat het water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd (artikelen 3.111 Bbl en 4.204 Bbl). Daarvan is geen sprake, omdat na de hoorzitting in bezwaar op grond van een handhavingsrapport is geconstateerd dat er alsnog een waterafvoer aan de schuur is gerealiseerd en dat de schuur niet meer afwatert richting de zijgevel van de woning van eiser.
Ook is geen sprake van strijd met de specifieke zorgplicht van artikel 3.5 van het Bbl, zo overweegt de rechtbank. De reden daarvan is dat dat artikel ziet op op de bouwkundige staat van het bouwwerk en niet op de positionering ervan.
Vervolgens onderzoekt de rechtbank of sprake is van strijd met de algemene zorgplicht van artikel 1.7 van de Omgevingswet. Het college heeft deze zorgplicht niet meegewogen in de besluitvorming, waardoor de rechtbank op grond van dit gebrek het besluit wel vernietigt. De rechtbank laat evenwel de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand, omdat geen sprake is van sprake is van onmiskenbare strijd met de zorgplicht. De enkele omstandigheid dat uit het door eiser overgelegde bouwkundig rapport volgt dat de beperkte afstand tussen de schuur en de gevel van de woning van eiser leidt tot onvoldoende natuurlijke ventilatie en dat hierdoor onder meer een verhoogd risico op vochtbelasting ontstaat, is hiervoor volgens de rechtbank onvoldoende.
Uit deze uitspraak blijkt dat bij de besluitvorming in geval van een verzoek om handhaving de algemene zorgplicht een rol kan spelen. Het is aan het bevoegd gezag om te onderzoeken of sprake is van onmiskenbare strijd met die zorgplicht. Dat is echter wel een hoge drempel om te nemen. Er zal moeten vaststaan, bijvoorbeeld door onderzoek, dat sprake is van strijd met de algemene zorgplicht. Zonder dat kan op grond van de algemene zorgplicht niet worden gehandhaafd. Als de burger desondanks van mening is dat sprake is van onrechtmatige hinder, dient hij zich daarvoor tot de civiele rechter te wenden.