Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Handhaving permanente bewoning recreatiewoningen in relatie tot brief minister keijzer

In de uitspraak van de Rechtbank Gelderland 22 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9245 was aan de orde in hoeverre het handhavend optreden jegens het permanent bewonen van een recreatiewoning al dan niet onevenredig zou zijn vanwege de brief en de komende instructieregel hieromtrent van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) Mona Keijzer.

22 December 2025

Eisers voeren aan dat handhavend optreden onevenredig is. Zij wijzen in dat kader op de brief van de minister 19 december 2024 (eisers noemen dit de instructienota), deze brief, met kenmerk 2024-0000954969, is digitaal raadpleegbaar, waarin colleges van burgemeester en wethouders worden opgeroepen niet handhavend op te treden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen en zo te handelen in lijn met de aangenomen motie (Kamerstukken II 2024/25, 36 600, XXII, nr. 43), in afwachting van de instructieregel over dit onderwerp. Die instructieregel zal gemeenten verplichten bestaand gebruik voor permanente bewoning onder voorwaarden toe te staan.

Op zitting hebben eisers toegelicht dat de minister regels op rijksniveau (dus van hogere rangorde) maakt en dat het college dus juridisch gebonden is aan de brief van de minister en daar niet zelf van mag afwijken.

De voorzieningenrechter oordeelt dat handhavend optreden ondanks de brief van de minister in dit geval niet onevenredig is. Daartoe overweegt hij als volgt.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de brief van de minister een oproep is aan colleges om alvast, in afwachting van de uitwerking en invoering van de instructieregel, niet handhavend op te treden. De afweging om voorlopig al dan niet af te zien handhavend op te treden ligt echter nog volledig bij het college en niet bij de minister.

Deze brief is dus niet juridisch bindend voor het college. Het college mag dus een eigen afweging maken om al dan niet gehoor te geven aan de oproep van de minister. Wel moet het college motiveren waarom het, ondanks de brief, overgaat tot handhavend optreden. Dat heeft het college in de bestreden besluiten voldoende gedaan. Het college heeft zich expliciet rekenschap gegeven van de brief en heeft meegewogen dat de instructieregel nog niet is vastgesteld en dat het nog allerminst zeker is of en, zo ja, wanneer de instructieregel in werking zal treden. Ook is het nog onzeker wat de precieze inhoud van de instructieregel zou worden en of eisers dus in aanmerking zouden komen om te blijven wonen in de recreatiewoning. Het is op dit moment volgens het college te vroeg om daarop vooruit te lopen. De voorzieningenrechter kan dit volgen en het college heeft daarom in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn handhavende bevoegdheid. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel delen