In de categorie opmerkelijke uitspraken is de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak v.d. Raad van State van 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:746 wel te categoriseren. Wellicht iets voor een volgend deel uit mijn 'Vakantielectuur-serie'.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft het handhavingsverzoek afgewezen. [appellant] wil met contant geld een bioscoopkaartje kunnen kopen. In 2018 is Focus verhuisd naar een nieuw pand en sindsdien kunnen bioscoopkaartjes alleen nog met pinpas of creditcard, of online via de website gekocht worden. Ook consumpties in de horecagelegenheid van Focus kunnen alleen nog met pin of creditcard betaald worden.
[appellant] vindt dit in strijd met zijn recht op privéleven, omdat daarbij onnodig persoonsgegevens van hem verwerkt worden. Daarom heeft hij de AP verzocht om, met toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) onderzoek te doen naar en te handhaven tegen de afschaffing van de mogelijkheid van contante betalingen door Focus.
De AP heeft op basis van bureauonderzoek het niet aannemelijk geacht dat zich mogelijkerwijs een overtreding van de AVG voordoet doordat Focus geen contante betalingen accepteert. De AP heeft het handhavingsverzoek daarom afgewezen.
De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de veiligheid van de medewerkers van Focus een gerechtvaardigd doel is voor de invoering van de verplichte pinbetaling en de afschaffing van de mogelijkheid om met contant geld te betalen. Het begrip (sociale) veiligheid is weliswaar ruim, maar niet zodanig dat het te onbepaald en niet uitdrukkelijk genoeg is. (Sociale) veiligheid kan dus een gerechtvaardigd doel zijn voor het invoeren van verplichte pinbetalingen. Op basis van de beschikbare informatie kan echter niet worden vastgesteld dat in dit concrete geval de veiligheid van de medewerkers van Focus in het geding is. Dat heeft [appellant] gemotiveerd betwist en de AP heeft daar niets tegenover gesteld. Uit niets blijkt dat het afschaffen van contant geld in dit geval een wezenlijk effect heeft op de veiligheid van de medewerkers.
De enkele omstandigheid dat contant geld vatbaar is voor diefstal is op zichzelf onvoldoende om (sociale) veiligheid een gerechtvaardigd doel te achten voor verplichte pinbetalingen. Gezien het voorgaande heeft de AP de afwijzing van het handhavingsverzoek van [appellant] alleen al hierom onvoldoende gemotiveerd. Nu niet kan worden vastgesteld of er een gerechtvaardigd doel is voor de verwerking, komt de Afdeling niet toe aan de vraag of met de aan de orde zijnde verwerking van de persoonsgegevens dat doel ook wordt bereikt, en of de inbreuk op de privacy evenredig is met de belangen die zijn gediend met de verwerking van de persoonsgegevens.