Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het toepassen van de hardheidsclause (onder de Omgevingswet)

Op 14 januari heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling uitspraak gedaan in een zaak van Elektoor tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Het beroep had betrekking op de afwijzing van het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule in artikel 3.8 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant voor het plaatsen van een bodemwarmtepomp ten behoeve van nieuwbouw binnen het grondwaterbeschermingsgebied in Rucphen. Deze hardheidsclausule biedt de mogelijkheid om af te wijken van algemene regels uit de Omgevingsverordening indien toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

R. (Rosa) Hoondert 29 January 2026

Elektoor beoogde met de bodemwarmtepomp een nieuw gebied te verwarmen. Het perceel ligt in een grondwaterbeschermingsgebied, waar het plaatsen van een bodemwarmtepomp en het verrichten van bodemactiviteiten op een diepte van drie meter of meer op grond van de Omgevingsverordening is verboden. Het college heeft geweigerd de hardheidsclausule toe te passen, omdat volgens hem geen sprake is van een bijzonder geval waarin toepassing van de algemene regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

De rechtbank oordeelde dat Elektoor geen omstandigheden heeft aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat het door haar geleden nadeel zodanig groot is in verhouding tot het belang van bescherming en veiligheid van het grondwater dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Daarbij is Elektoor op de hoogte van het verbod en er zijn alternatieven mogelijk voor het gebruik van een bodemwarmtepomp. 

De Afdeling overweegt dat het belang van beschikbaar en veilig grondwater zwaarder weegt dan de door Elektoor gestelde duurzaamheidsdoelstellingen. Dat alternatieven nadelen kennen, maakt volgens de Afdeling niet dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.

Verder betoogde Elektoor dat uit de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet volgt dat meer ruimte is ontstaan voor een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, ruimte voor initiatieven van burgers en bedrijven, een balans tussen bescherming en benutting en een gedrags- en cultuurverandering van risicomijdend gedrag naar een afweging op basis van brede waarden. Volgens Elektoor past het toestaan van de bodemwarmtepomp binnen deze doelstellingen. De Afdeling overweegt echter dat de Memorie van Toelichting onverlet laat dat algemeen verbindende voorschriften uit de Omgevingsverordening onverkort gelden en moeten worden nageleefd. Daarnaast is bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet opnieuw kritisch gekeken naar de regels, waarbij is geconcludeerd dat deze voldoen aan de Omgevingswet.

De Afdeling heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Voor de praktijk is deze uitspraak van belang, omdat de Afdeling benadrukt dat de bescherming van grondwater voorrang heeft boven duurzaamheidsdoelstellingen. Hoewel de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk lijkt te zorgen voor meer afwegingsruimte voor bestuursorganen, blijven zij gebonden aan de bestaande wettelijke kaders.

Door R. (Rosa) Hoondert

Artikel delen