Rechtbank Rotterdam 21 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:4666. Op grond van art. 7:11 Awb rust op een bestuursorgaan de plicht om zijn eerdere besluit op grondslag van het daartegen gemaakte bezwaar te heroverwegen. Voor de heroverweging van herstelsancties geldt in het bijzonder dat het resultaat van de heroverweging moet leiden tot een doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige handhaving van de desbetreffende norm. Dat betekent in de 1e plaats dat het bestuursorgaan moet bezien of het op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de beslissing in primo destijds terecht zijn besluit heeft genomen. In de 2e plaats dient het bestuursorgaan feiten en omstandigheden die zich ná de eerdere weigering dan wel oplegging van een herstelsanctie hebben voorgedaan bij zijn heroverweging te betrekken.

Gelet op wat hiervoor is overwogen is de vzr. van oordeel dat het college in bezwaar ten eerste moet concluderen dat het op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van het primaire bestreden besluit een gebrekkig handhavingsbesluit heeft genomen. Het college zal vervolgens moeten bezien of de last onder dwangsom in bezwaar in stand kan blijven. De voorzieningenrechter heeft hier nog wel twijfels bij.
Verzoekster wijst terecht op de omstandigheid dat in de bezwaarprocedure (ex nunc) twee rechtsregimes naast elkaar lijken te gelden, namelijk de bestemmingen en regels uit het bestemmingsplan “Woongebied 2016” en tevens het Omgevingsplan 1.0.
Bij een besluit tot vaststelling van een omgevingsplan moet worden bepaald welke regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, zoals bedoeld in art. 4.6 van de Invoeringswet Ow, komen te vervallen (zie Kamerstukken II 2017/18, 34986, 3, p. 21). Gelet op het vaststellingsbesluit v.h. Omgevingsplan 1.0 heeft de gemeenteraad voorgaande nagelaten. Ook zijn geen voorrangsregels vastgesteld.
Dit betekent dat zowel de regels van de oude bestemmingsplannen, die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, als de nieuwe regels van het omgevingsplan van toepassing zijn. Dit wordt ook bevestigd door raadpleging van Regels op de kaart in het Omgevingsloket van de geldende regels voor dit perceel.
De vzr. heeft twijfels over het betoog van het college dat de regels van het nieuwe omgevingsplan aanvullend werken op de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, waaronder het bestemmingsplan “Woongebied 2016”. Op hetzelfde perceel gelden namelijk verschillende planregels die op onderdelen met elkaar in strijd lijken te zijn. Zo gelden er verschillende regels die zien op het onderwerp onzelfstandige bewoning. Hiermee wordt de rechtszekerheid niet gediend.