Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Horeca-ondernemer: wanneer is 'slecht levensgedrag' fataal voor de vergunningen?

De uitspraak van de voorzieningenrechter Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:4667, gepubliceerd op 23 april 2026) bevestigt de discretionaire bevoegdheid van de burgemeester bij het intrekken van de exploitatie- en Alcoholwetvergunning. De kernvraag: mag een vergunning worden ingetrokken op basis van lopende onderzoeken en niet-onherroepelijke strafbeschikkingen? Het korte antwoord van de rechter: ja.

23 April 2026

De casus
Een horecagelegenheid in Zeist ziet haar vergunningen ingetrokken worden. De reden? De ondernemer zou niet langer voldoen aan de eis dat hij "niet in enig opzicht van slecht levensgedrag" mag zijn. De basis hiervoor was een bestuurlijke rapportage van de politie met daarin een strafbeschikking, lopend FIOD-onderzoek, diverse FIU-meldingen.

Juridische analyse, 3 cruciale punten
1. Rekbaarheid 'slecht levensgedrag'. De eis dat een leidinggevende niet van slecht levensgedrag mag zijn (art. 2:28a APV Zeist en art. 8 Alcoholwet), is een 'open norm'. De burgemeester heeft hier beoordelingsruimte. De rechter bevestigt dat feiten die relevant zijn voor de exploitatie direct invloed hebben op de vraag of de openbare orde en het woon- en leefklimaat gewaarborgd zijn. Wanneer aan een exploitant of beheerder van een horeca-inrichting wordt tegengeworpen dat hij in enig opzicht van slecht levensgedrag is, moet dit per geval door de burgemeester worden gemotiveerd. Het moet gaan om feiten die relevant zijn voor de exploitatie van de inrichting. Die feiten en omstandigheden moeten verband houden met de vraag of de inrichting kan worden geëxploiteerd op een wijze die geen gevaar oplevert voor de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
2. Bewijslast: verzoeker voerde aan dat de strafbeschikking nog niet onherroepelijk was en hij de FIOD-transacties kon verklaren. De voorzieningenrechter stelt echter dat de burgemeester mag afgaan op de juistheid van een op ambtseed opgemaakte politierapportage. Het is niet aan de burgemeester om het onderzoek van de FIOD 'over te doen'. Het feit dat er verdenkingen zijn in combinatie met eerdere veroordelingen, is voldoende.
3. Belangenafweging. Hoewel de sluiting de continuïteit van het bedrijf bedreigt (faillissement dreigt), weegt het algemeen belang zwaarder.
Ook vindt de burgemeester dat verzoeker kon weten dat de vergunningen zouden worden ingetrokken als verzoeker niet aan de eisen over het levensgedrag zou voldoen. Het algemene belang dat is gemoeid met de naleving van de regels uit de Alcoholwet en de APV en het waarborgen van de openbare orde en veiligheid wegen zwaarder dan het individuele belang van verzoeker bij het voortzetten van de exploitatie.

Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak onderstreept dat de bestuursrechtelijke weg vaak sneller en harder toeslaat dan de strafrechtelijke weg.

Artikel delen