Voor zover [appellante] stelt dat het college niet is ingegaan op haar verzoek om handhavend op te treden tegen het vervuilde bouwafval op het perceel, overweegt de Afdeling het volgende. In het handhavingsverzoek van 17 januari 2022 staat dat op het perceel nog steeds vervuild bouwafval ligt, waaronder asbest en glas. [appellante] wijst daarbij specifiek naar het gedeelte van het perceel waar de voormalige loods stond. Zij verzoekt het college daarbij direct in te grijpen.

In het besluit van 22 februari 2022 wordt niet op dit verzoek gereageerd. Het besluit van 12 juli 2022 en het daaraan ten grondslag liggende advies van de commissie van advies voor de bezwaarschriften, geven evenmin blijk van een reactie. Op de zitting heeft het college desgevraagd verklaard dat er op het perceel weliswaar meerdere keren is gecontroleerd op vervuild bouwafval, maar dat dat niet in de besluiten is opgenomen.
Gelet op het bovenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college het verzoek om handhaving van 17 januari 2022 te beperkt heeft opgevat en ten onrechte geen besluit heeft genomen over de aanwezigheid van vervuild bouwafval. Het college heeft dit in het besluit op bezwaar van 12 juli 2022 niet onderkend. Dit betekent dat dat besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen en dat het in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.