Het ontwerpplan is op 9 maart 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

De stichting voert aan dat een foutieve rekenmethode is gehanteerd. De berekeningen zijn namelijk uitgevoerd volgens de Omgevingsregeling onder de Omgevingswet, terwijl op het herstelbesluit het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing is. Daarom had gerekend moeten worden volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (hierna: RMG2012). De in het onderzoek van 29 november 2024 toegepaste methode resulteert bij lage snelheden in structureel lagere emissiewaarden.
Ten aanzien van het betoog van de stichting dat de berekeningen in het akoestisch onderzoek van 29 november 2024 ten onrechte zijn uitgevoerd volgens de Omgevingsregeling onder de Omgevingswet overweegt de Afdeling als volgt. Op de zitting heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat het ervoor mocht kiezen om de berekeningen uit te voeren volgens de Omgevingsregeling en dat het niet hoefde aan te sluiten bij het RMG2012. De raad heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3356, onder 13, waarin de Afdeling heeft overwogen dat het toepassen van de emissiefactoren uit de Rav niet onder het overgangsrecht vallen, en dat het overgangsrecht er niet aan in de weg staat dat aansluiting wordt gezocht bij emissiefactoren die zijn opgenomen in de Omgevingsregeling.
De raad voert aan dat dit ook geldt voor het RMG2012, in de zin dat dit niet valt onder het overgangsrecht dat onder 1 van deze uitspraak is opgenomen. Omdat de IOVPU geen rekentool voorschrijft waarmee de geluidsniveaus in de bufferzone stiltegebied moeten worden berekend, staat het overgangsrecht er niet aan in de weg dat de geluidsniveaus in het akoestisch onderzoek van 29 november 2024 zijn berekend aan de hand van de Omgevingsregeling. De Afdeling kan dit standpunt volgen.
Op de zitting heeft de stichting zich op het standpunt gesteld dat de raad de berekeningen niet volgens de Omgevingsregeling heeft mogen toepassen, omdat de raad niet heeft onderbouwd dat de uitgangspunten van het RMG2012 niet juist zijn, wat wel het geval was in de uitspraak over de emissiefactoren van de Rav. De Afdeling volgt dit standpunt niet. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de rekentool is gewijzigd zodat deze is aangepast aan huidige inzichten.
De Afdeling kan het standpunt van de raad volgen dat het toepassen van de rekentool volgens de Omgevingsregeling een betrouwbaardere benadering van de werkelijkheid is.