Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Interpretatie bestemmingsplanregels niet vermengen met beroep op vertrouwensbeginsel

Rechtbank Oost-Brabant 31 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1814. Het college stelt zich, samengevat, op het standpunt dat geen sprake is van een overtreding omdat het huidige bestemmingsplan zowel de bouw als het gebruik van de kas toelaat, zodat hij niet bevoegd was handhavend op te treden.

4 April 2026

Samenvattingen

Weliswaar zou de kas qua bouwoppervlakte niet binnen de huidige bestemmingsplanregels passen en wordt de kas op een andere locatie opgericht dan vergund, maar valt de kas toch onder de definitieregel van “bestaande bebouwing” te brengen. Dit komt omdat derde-partij ten aanzien van het bouwen op een andere locatie op hetzelfde perceel een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel toekomt. Eiser diende op basis van een toezegging van de inspecteur bouwzaken ‘binnen het bouwblok’, lees bouwvlak, te bouwen en de kas is opgericht binnen de begrenzing van het bouwvlak van het huidige bestemmingsplan. Het gebruik van dit bestaande gebouw, de kas, voor caravanstalling, opslag van machines en kweken van beplanting, valt binnen de functieaanduiding ‘Caravanstalling’ en past binnen de op het perceel rustende bestemming "Recreatie-Kampeerterrein”.

De rechtbank overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan moet worden gekeken naar de (definitie)regels van het bestemmingsplan. Het vertrouwensbeginsel speelt, anders dan het college en de derde-partij menen, in dit kader nog geen rol.

Met het vertrouwensbeginsel kunnen immers de bestemmingsplanregels niet nader worden ingevuld. Pas nadat is vastgesteld dat sprake is van een overtreding komen daarna, bij de toetsing van de onevenredigheid, de vragen aan de orde of sprake is van concreet zicht op legalisatie en of sprake is van onevenredigheid, waarbij onder meer de vraag aan de orde kan komen of de derde-partij al dan niet een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel toekomt.

Door het vertrouwensbeginsel te ‘mengen’ met de bepalingen van de bestemmingsplanregels, en dus bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een overtreding al betekenis toe te kennen aan de (vermeende) toezegging, heeft het college het bestreden besluit onzorgvuldig genomen.

Artikel delen