Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Is begunstigingstermijn lang genoeg? ook een rol speelt dat de overtreder al langere tijd op de hoogte is van de overtreding

18 February 2026

Samenvattingen

ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:911. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in haar uitspraak van 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1846, geldt bij de begunstigingstermijn als uitgangspunt dat deze niet wezenlijk langer mag zijn dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen beëindigen. Het college heeft aan de lasten onder dwangsom een begunstigingstermijn van twee maanden verbonden. Het is aan appellant om aannemelijk te maken dat de hem gegeven termijn te kort is.

De rechtbank heeft overwogen dat een begunstigingtermijn van acht weken in dit geval niet heel ruim is, maar ook niet onredelijk en dat deze appellant voldoende gelegenheid bood om de overtredingen, mede gelet op de aard daarvan, tijdig op te heffen.

Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat appellant al sinds 2019 op de hoogte was van het feit dat de twee aarden wallen, de puinverharding en de vijvers niet zijn toegestaan en sinds juli 2021 dat het college hier geen genoegen mee nam. De Afdeling ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen.

Noot Y. Schönfeld

Sinds enige tijd wordt in de jurisprudentie aangenomen dat ook de tijd voor het opleggen van het daadwerkelijke sanctiebesluit een rol mag spelen bij de beoordeling of de begunstigingstermijn, die weliswaar niet erg lang is, voldoende lang is geweest.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak ABRvS 3 februari 2021,

ECLI:NL:RVS:2021:216. De begunstigingstermijn van 4 maanden was niet te kort. Dit mede omdat voorafgaand aan het opleggen van de last onder appellant veel ruimte is gegeven om de overtredingen ongedaan te maken.

Daar komt bij dat de inrichting van appellant al jarenlang in afwijking van de geldende omgevingsvergunning milieu in werking is.

Zie ook: ABRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1552 en ABRvS 20 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3362 waarin de ABRvS geen aanleiding ziet voor het oordeel dat de begunstigingstermijn onredelijk kort is. Deze zaak kent een lange voorgeschiedenis met drie rechtbankuitspraken, waarvan er twee onherroepelijk zijn, en het handhavingsverzoek is meer dan vijf jaar geleden gedaan. Gelet op de lange voorgeschiedenis mag van de overtreder verwacht worden dat zij voorbereidingen heeft getroffen voor het geval dat de bomen verwijderd moeten worden.

Artikel delen