ABRvS 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2594. Appellanten betogen dat de constructie zoals die in de woning aanwezig is, afwijkt van de verleende omgevingsvergunning. Zij voeren aan dat de locatie van één van de houten steunen een andere is dan de vergunde locatie.

[partij A] heeft in 2018 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Op het aanvraagformulier is vermeld dat de aanvraag gaat over de legalisering van de eerder uitgevoerde werkzaamheden aan de kapconstructie. Bij de aanvraag is een rapport van [bedrijf] van 26 februari 2018 gevoegd. In dat rapport is vermeld dat het gaat om een legalisatie van een aanpassing aan de dakconstructie en dat de berekeningen in het rapport zijn gebaseerd op de oorspronkelijke bouwtekeningen uit het gemeentelijk archief en de opname ter plaatse. In het rapport zijn verschillende foto's van de situatie ter plaatse opgenomen waarop ook de aangebrachte houten steunen te zien zijn. Dat deze foto's de feitelijke situatie weergegeven, is niet betwist.
Aangezien aldus op het aanvraagformulier is vermeld dat de aanvraag wordt ingediend ter legalisering van de eerder uitgevoerde verbouwing, de feitelijke situatie te zien is op foto's in het rapport dat bij aanvraag behoort en de omgevingsvergunning, waarvan dat rapport deel uitmaakt, is verleend voor de legalisering van de feitelijke situatie, is de Afdeling van oordeel dat de feitelijke situatie de vergunde situatie is.
Anders dan appellanten aanvoeren, heeft het college op de zitting bij de rechtbank niet erkend dat de steunen feitelijk niet op vergunde plek staan. Het college heeft, zo staat in het proces-verbaal van de zitting, benadrukt dat de feitelijke situatie in overeenstemming is met de verguning. Het college heeft op de zitting bij de rechtbank wel een opmerking gemaakt over de plek waarop één van de steunen op een tekening is ingetekend. Namelijk dat deze steun per abuis, in afwijking van de feitelijke situatie zoals die op de foto’s is te zien, verkeerd is ingetekend op de tekening. Het college heeft dit, gelet op de in hoger beroep overgelegde verklaring van de constructeur, als een tekenfout mogen aanmerken.
De omstandigheid dat één van de steunen op de schets in het rapport van [bedrijf] niet juist is ingetekend, leidt de Afdeling daarom niet tot een ander oordeel.
Aangezien er verder geen aanknopingspunten zijn dat de feitelijke situatie sinds het plaatsen van de steunen is gewijzigd, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van afwijkingen ten opzichte van de verleende omgevingsvergunning en dat er dus geen sprake is van een overtreding waartegen handhavend moet worden opgetreden.