Rechtbank Gelderland 15 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2026:3767. Het college heeft aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het opzettelijk vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm.

Een van de vereisten van 8.74l Bkl is dat het evenement nodig is in het belang van een van de in deze bepaling genoemde belangen. Het college betoogt dat het evenement van algemeen belang is omdat het al sinds 1967 bestaat, een begrip is in de omgeving, en een deel van de lokale, regionale en nationale bevolking een sociaal en financieel belang heeft bij het evenement. Het motorcrossevenement is een internationale wedstrijd met crossers uit verschillende landen.
Verzoeker [verzoeker] heeft betwist dat het evenement van algemeen belang is.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat, hoewel het college er op de zitting op zichzelf terecht op heeft gewezen dat het algemeen belang een breed begrip is, bij de invulling van het begrip ‘algemeen belang’ geen individuele belangen kunnen worden meegewogen. Die individuele belangen zijn immers geen algemene belangen. Dat het evenement al lang bestaat en de lokale en regionale bevolking hier een belang bij zou hebben, is bij de beoordeling van het algemeen belang derhalve niet relevant. Dat de nationale bevolking belang zou hebben bij de organisatie van een cross wedstrijd in de gemeente Oldebroek is – wat hier verder van ook zij – bovendien op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het college het project ten onrechte als van ‘algemeen belang’ heeft aangemerkt. Het betoog slaagt.
De voorzieningenrechter ziet hier evenwel geen reden in om de verzoeken om voorlopige voorziening toe te wijzen, omdat niet is uitgesloten dat het gebrek in de door het college te nemen beslissing op bezwaar hersteld kan worden. Een van de in artikel 8.74l Bkl genoemde belangen betreft immers 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat in de beslissing op bezwaar gemotiveerd kan worden dat van deze redenen sprake is.