Rechtbank Den Haag 10 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6659. In het besluit van 4 mei 2021 heeft het college eisers een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft eisers gelast om binnen twee maanden: voertuigwrakken, dan wel (onder)delen van voertuigen, waaronder de groene bus, de witte bus, de oranje kever, de rode Audi en de graafmachine die op de percelen worden opgeslagen en/of gestald, te verwijderen en verwijderd te houden.

Eisers voeren in zaak SGR 24/9221 aan dat de auto met kenteken [kenteken 2] stond op gronden die in gebruik zijn voor de bedrijfswoning en dat de auto daar gelet op artikel 3.4, onder c, van de regels van het [bestemmingsplan] mocht staan. De oranje kever diende als speelvoorziening voor kinderen. Op grond van artikel 22.27 van het Omgevingsplan is een sport- en speeltoestel anders dan alleen voor particulier gebruik vergunningvrij. Dat is hier het geval. In tegenstelling tot wat het college stelt is de functie die aan een voertuig wordt gegeven en de situering op het perceel wel degelijk van belang en moeten deze worden betrokken bij de vraag of de dwangsom mag worden ingevorderd. Het is immers onredelijk om een dwangsom in te vorderen wanneer een voertuig gewoon op het perceel mag staan.
Voor zover eisers hebben aangevoerd dat de oranje kever op het perceel mag staan omdat het in gebruik is als sport- en speeltoestel en dit gebruik vergunningvrij is, overweegt de rechtbank dat een voertuigwrak niet kan worden aangemerkt als een vergunningvrij sport- of speeltoestel als bedoeld in artikel 2, onderdeel 11, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.