Op grond van het bestemmingsplan rust op het perceel onder meer de bestemming ‘Wonen-2’. In artikel 2.2 van de planregels is bepaald dat de bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. In het bestemmingsplan is geen definitie opgenomen van ondergeschikt bouwonderdeel.

De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het rookgasafvoerkanaal naar zijn aard kan worden gelijkgesteld met de in de planregels genoemde bouwonderdelen zoals schoorstenen en antennes of een daaraan gelijk te stellen bouwonderdelen.
Het rookgasafvoerkanaal dient immers voor het afvoeren van rook van een houtkachel wat gelijk te stellen is met de functie van een schoorsteen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat in dit artikel geen limitatieve opsomming wordt gegeven van wat onder een ondergeschikt bouwonderdeel wordt verstaan en het dus ook mogelijk is dat andere bouwonderdelen, zoals rookgasafvoerkanalen, hieronder worden begrepen.
De Afdeling is verder van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de omvang en de uiterlijke verschijningsvorm van het rookgasafvoerkanaal ondergeschikt zijn aan de woning op het perceel. Uit de bouwtekening die bij de aanvraag hoort, volgt dat het rookgasafvoerkanaal aan de woning is bevestigd, de buis een diameter van ca. 20 cm heeft, en 2 m boven het platte dak uitsteekt. De verwijzing van [appellant] naar de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2125, gaat niet op. In de zaak die ten grondslag lag aan die uitspraak ging het om een omgevingsvergunning voor de legalisering van een tuinsieraad met daarbij een tuinhaard en een gemetselde schoorsteen. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat de rechtbank de schoorsteen terecht niet als ondergeschikt bouwonderdeel heeft aangemerkt, omdat de schoorsteen dusdanig lang was in verhouding tot de tuinhaard, dat niet kan worden gesproken van ondergeschiktheid. De tuinhaard had namelijk een hoogte van 3 m en de schoorsteen stak 6,5 m boven de tuinhaard uit. In dit geval steekt het rookgasafvoerkanaal 2 m boven het platte dak uit.
Het rookgasafvoerkanaal is niet uit verhouding met de woning waaraan het is bevestigd. Gelet op het voorgaande hoeft het rookgasafvoerkanaal bij het bepalen van de bouwhoogte van het gebouw dus niet te worden meegenomen.