Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Is er nog een dwangsom wegens niet tijdig besluiten verschuldigd als het handhavingsverzoek later is ingetrokken?

[appellant sub 1] heeft op 1 november 2021 een verzoek om handhaving gedaan. Dat verzoek gaat over erfafscheidingen in de omgeving van haar perceel. Het college heeft op 14 december 2021 de wettelijke termijn van acht weken om te beslissen op de aanvraag verlengd tot 21 februari 2022. Op 4 maart 2022 heeft [appellant sub 1] het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek. Op 14 april 2022 heeft zij het verzoek om handhaving ingetrokken. Daarbij heeft zij het college verzocht nog een besluit te nemen op de ingebrekestelling.

18 September 2025

Samenvatting

Samenvatting

Bij het besluit van 13 mei 2022 heeft het college beslist dat het geen dwangsom verschuldigd is. Het college stelt zich op het standpunt dat er wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag wel een dwangsom is verbeurd, maar dat hij die op grond van art. 4:17, lid 6 Awb niet verschuldigd is.

Vast staat dat het college niet tijdig heeft beslist op het verzoek van [appellant sub 1] om handhaving.

Partijen verschillen van opvatting over de vraag of de dwangsom verschuldigd is. Op grond van artikel 4:17, lid 6, onder b Awb is geen dwangsom verschuldigd als de aanvrager geen belanghebbende is. Vast staat dat [appellant sub 1] belanghebbende is bij het verzoek om handhaving. Haar belang is immers rechtstreeks betrokken bij het daarop te nemen besluit. Dat verzoek gaat over erfafscheidingen op percelen in de directe omgeving van haar woning.

Vast staat voorts dat een dwangsom is verbeurd vanaf de dag waarop 2 weken zijn verstreken na de dag van ontvangst van de ingebrekestelling. Met de intrekking van het verzoek om handhaving heeft [appellant sub 1] te kennen gegeven geen behoefte meer te hebben aan een besluit op dat verzoek.

Het is echter niet zo dat zij door de intrekking van het verzoek met terugwerkende kracht geen belanghebbende meer is bij het besluit op haar verzoek om handhaving. Het bepaalde in artikel 4:17, lid 6, onder b Awb is in dit geval niet aan de orde. Omdat [appellant sub 1] vanaf het doen van het verzoek tot aan het moment van de intrekking daarvan belanghebbende was, is, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, de verbeurde dwangsom verschuldigd.

Artikel delen