Eisers voeren – kort samengevat – aan dat een omgevingsvergunning is verleend op grond van de Wabo, terwijl de Omgevingswet van toepassing is. De voorzieningenrechter volgt eisers niet in hun standpunt dat het college de omgevingsvergunning heeft verleend op grond van het oude recht. Daarvoor is allereerst van belang dat in zowel het primaire besluit als het bestreden meerdere artikelen uit de Omgevingswet zijn genoemd.

Ook heeft het college expliciet overwogen dat er een toetsing plaatsvindt aan het omgevingsplan: ‘De locatie van de bomen valt in het Omgevingsplan gemeente Berkelland (waar het bestemmingsplan “Buitengebied Berkelland 2020” van rechtswege deel van uitmaakt) en heeft de bestemming “Bos”. Dat, zoals eisers opmerken, niet expliciet de term ‘omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit’ genoemd wordt, maar ‘omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden’, maakt het voorgaande niet anders.
In het bestreden besluit staat namelijk uitdrukkelijk benoemd dat de grondslag voor de verleende omgevingsvergunning artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet is.
Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te oordelen dat de omgevingsvergunning zou zijn verleend op grond van oude regelgeving.