Deze uitspraak gaat over het besluit van het college waarbij het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk is verklaard. Dit bezwaarschrift heeft eiser ingediend tegen de reactie van het college op zijn principeverzoek.

Bij brief van 22 april 2024 is namens eiser en zijn familie aan het college verzocht om planologische medewerking te verlenen aan de realisatie van een nieuw landgoed. In de brief wordt dit als een principeverzoek aangeduid. Vermeld is dat het plan niet past binnen het geldende omgevingsplan Buitengebied Raalte en dat verzocht wordt om in principe in te stemmen met het Ontwikkelingsplan en medewerking te verlenen om het plan planologisch mogelijk te maken.
Het college heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan is ten grondslag gelegd dat het bezwaar zich niet richt tegen een besluit. Volgens het college is het collegebesluit van 22 oktober 2024, waarin is beslist om het principeverzoek af te wijzen, niet aan te merken als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb.
De rechtbank overweegt dat de brief van 22 april 2024 is ingediend als principeverzoek. Dit is expliciet vermeld in de brief en volgt ook uit het in de brief beschreven verzoek om in principe in te stemmen met het Ontwikkelingsplan Landgoed en medewerking te verlenen om het plan planologisch mogelijk te maken.
Op de zitting hebben partijen ook bevestigd dat geen aanvraag om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank kan de brief van 22 april 2024 niet als een aanvraag in de zin van art. 1:3, lid 3 Awb worden aangemerkt omdat niet wordt verzocht een besluit te nemen.
De reactie op het principeverzoek is daarom ook niet aan te merken als een besluit in de zin van art. 1:3, lid 1 Awb. Nu de brief van 22 oktober 2024 geen besluit is in de zin van art. 1:3, lid 1 Awb, heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.