ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1528. Bij besluit van 26 juni 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Bliss B.V. voor het verbouwen van de woning aan de Biezenloop 36 in Tilburg. Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de gerealiseerde erfafscheiding in afwijking van de op 26 juni 2020 verleende omgevingsvergunning op het perceel aan de Biezenloop 36 in Tilburg afgewezen.

Beroep door het college op het vertrouwensbeginsel mogelijk?
[appellant] betoogt dat het college zich bij het besluit op bezwaar van 8 juni 2023 niet had kunnen beroepen op het vertrouwensbeginsel om van handhaving af te kunnen zien, aangezien Bliss B.V. geen beroep op het vertrouwensbeginsel heeft gedaan.
Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678, geldt bij handhavingsbesluiten bij de toets aan het evenredigheidsbeginsel de maatstaf van de zogeheten Harderwijk-uitspraak (uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285). Daarbij geldt als uitgangspunt dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Handhaving blijft dus voorop staan.
Handhavend optreden is alleen onevenredig, als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is.
Andere redenen om van handhavend optreden af te zien kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
Het college heeft ter onderbouwing van de ongegrondverklaring van het besluit op bezwaar van [appellant] gesteld dat sprake is van een herhaaldelijke door het college gedane toezegging aan Bliss B.V., dat tegen de erfafscheiding in afwijking van de verleende omgevingsvergunning niet handhavend zal worden opgetreden, die vanwege het vertrouwensbeginsel moet worden gehonoreerd. Dat Bliss B.V. zich niet heeft beroepen op het vertrouwensbeginsel, laat onverlet dat het college zich op het vertrouwensbeginsel kon baseren als een bijzonder geval waarin van handhavend optreden moet worden afgezien.