
Deze interessante vraag komt aan bod in de uitspraak van de Afdeling van 17 september 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4407).
Centraal stond een wijzigingsplan voor de realisatie van een kleinschalige woningbouwontwikkeling op 0 meter afstand van agrarische percelen, waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan. Ten behoeve van deze (woningbouw-)ontwikkeling is géén locatiespecifiek onderzoek opgesteld. In zoverre lijkt het plan niet in overeenstemming te zijn met de rechtspraak van de Afdeling over spuitzonering (de zogenaamde 50-meterregel).
Het college van burgemeester en wethouders stelt zich op het standpunt dat er toch geen rekening hoeft te worden gehouden met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zij betogen daartoe onder meer dat de pachtovereenkomsten en de bruikleenovereenkomst die zien op de agrarische percelen, in ieder geval vóór ingebruikname van de woningen zodanig worden aangepast dat het de agrariër niet is toegestaan om binnen een zone van 50 meter gewassen te telen en daarbij gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
De Afdeling gaat aan dit betoog voorbij en wijst op het feit dat moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan (of thans: omgevingsplan) aan de agrarische gronden geeft. Daarvoor is niet van belang welk gebruik op dat moment van de agrarische gronden wordt gemaakt en evenmin dat het gebruik van de agrarische gronden contractueel is of zal worden beperkt.
Kortom: ook wanneer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen contractueel wordt beperkt, moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het agrarisch perceel. De meer aangewezen route is dus om beperkingen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ten behoeve van een ontwikkeling publiekrechtelijk te borgen.
Ik houd jullie op de hoogte van verdere ontwikkelingen op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen!