Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Lange sluitingsduur drugswoning wegens overtreding art. 13b Opiumwet onevenredig 

Uit de Afdelingsuitspraak van 15 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2067) volgt dat de burgemeester weliswaar bevoegd was om de woning waarin harddrugs en handelsattributen waren aangetroffen op grond van art. 13b Opiumwet tijdelijk te sluiten, maar dat een sluitingsduur van twaalf maanden in dit geval niet noodzakelijk en evenwichtig is. Daarmee wijkt de Afdeling af van het oordeel van de rechtbank die deze sluitingsduur wel evenredig vond.

23 April 2026

Samenvattingen

De Afdeling overweegt dat bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, verschillende omstandigheden van belang zijn, waaronder (i) de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit en gevolgen voor de veiligheid en de openbare orde in de omgeving, (ii) de vraag of de drugs feitelijk in of vanuit de woning zijn verhandeld en of de woning feitelijke bekendheid heeft als drugspand, (iii) de vraag of in de nabije omgeving van de woning in het recente verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen of drugsgerelateerde criminaliteit, (iv) de vraag of de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel en (v) de vraag of sprake is van recidive. Bij al het voorgaande dient de burgemeester ook rekening te houden met het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop hij ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat. Als het samenstel van omstandigheden meebrengt dat sluiting niet noodzakelijk is, dan dient de burgemeester hiervan af te zien. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de burgemeester in dit geval met het enkele toepassen van zijn ‘Damoclesbeleid’ onvoldoende gemotiveerd waarom een sluiting van twaalf maanden ook in dit geval, waarin sprake is van een eerste overtreding, noodzakelijk en evenwichtig is. Weliswaar vervulde de woning een rol binnen de keten van drugshandel, maar kan, bijvoorbeeld, niet worden gesteld dat de woning een professionele productielocatie was waarbij de kans op herhaling vanwege het professionele karakter groot is en de burgemeester om die reden heeft mogen overgaan tot sluiting van de woning voor twaalf maanden, aldus de Afdeling (vgl. de Afdelingsuitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:189). Het besluit tot sluiting van de woning voor twaalf maanden is volgens de Afdeling dan ook onevenredig in verhouding tot de met het sluitingsbesluit te dienen doelen. Omdat een sluitingsduur van zes maanden volgens de Afdeling in dit geval wel passend is, herroept de Afdeling het bestreden besluit in zoverre en voorziet daarmee zelf in de zaak. 

Artikel delen