Op 9 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, ECLI:NL:RBOBR:2025:8044, een uitspraak gedaan over een dwangsombesluit dat is gebaseerd op de algemene zorgplicht van artikel 1.7, onder b Omgevingswet.

Art. 1.7 Ow bepaalt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:
a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,
b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken
c. (...).
Eiseres is een bedrijf dat zich onder meer bezighoudt met de op- en overslag van vloeistoffen. Zij heeft mestzakken neergelegd en deze door een derde, op verschillende dagen laten vullen met spuiwater van een chemische luchtwasser.
Op 29 maart 2024 heeft een medewerker van de gemeente Eindhoven bij de milieuklachtencentrale v.d. Omgevingsdienst gemeld dat een mestzak lek is geraakt, waarbij een deel van de inhoud in de bodem en de naastgelegen sloten terecht was gekomen.
Vervolgens heeft een spoedsanering plaatsgevonden. Op 13 mei 2024 is door een medewerker van de gemeente geconstateerd dat de rij bomen binnen het besmette gebied alle dood zijn.
Op 6 september 2024 is een plan van aanpak ontvangen door de Omgevingsdienst omdat ondanks de spoedsanering een restverontreiniging van (sterk) verhoogde gehaltes van ammonium en sulfaat is achtergebleven.
Het college heeft lasten onder dwangsom opgelegd. Vanwege de lekkende mestzak is sprake van een overtreding van artikel 1.7, onder b Ow. Gelast is om deze overtreding te beëindigen door bijvoorbeeld de bodem te saneren volgens het plan van aanpak.
Het milieubelang weegt in dit geval zwaarder dan het belang om geen dwangsom van € 24.000,00 te verbeuren. De restverontreiniging heeft zich flink verspreid. Gebleken is dat verhoogde gehaltes van nitraat zijn aangetroffen in een gebied van 3.100 m² en tot een diepte van 2,5 meter. In totaal is de hoeveelheid verontreinigde grond (inmiddels) ongeveer 4.500 m³ à 5.500 m³. De verspreiding v.d. verontreiniging van ca. 500 m³ naar minstens 4.500 m³, waarbij de verontreiniging ook dieper de grond inzakt van eerder 1,5 meter naar 2,5 meter in februari 2025 levert een spoedeisend milieubelang op.
De vzr. heeft bij de belangenafweging ten nadele van eiseres meegewogen dat zij zeer lang heeft gewacht alvorens nadere stappen te zetten ten behoeve van de sanering van de grond. Al op 28-5-2024 lag er een goedgekeurd plan van [naam] , de deskundige die door eiseres zelf is ingeschakeld. Eiseres heeft vervolgens ruim 15 maanden stilgezeten en pas 1,5 maand voor de zitting, een andere deskundige in de arm genomen.