Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Maatwerkvoorschrift veiligheidseisen batterijen sneuvelt

Op 17 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan over een door het college van B&W van Moerdijk opgelegd maatwerkvoorschrift aan een verhuurder van energieopslagsystemen (EOS’en) op basis van lithium-ion energiedragers. Deze uitspraak is relevant, omdat het gebruik van lithium-ion batterijen (met het oog op de verduurzaming en elektrificatie van de samenleving) waarschijnlijk in de nabije toekomst flink zal toenemen – denk aan de buurtbatterij, maar ook batterijen op bedrijventerreinen.

4 May 2026

Achtergrond is het volgende. Bij een lithium-ion EOS kan in geval van een storing een zogeheten ‘thermal runway’ ontstaan: een brand die zichzelf in stand houdt en daardoor zeer lastig te blussen is. Daarbij komt een brandbaar en toxisch gasmengsel vrij. In december 2023 zijn twee uitgaven van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) vastgesteld die richtlijnen geven voor veilige opslag en gebruik van lithium-ion batterijen. PGS 37-1 ziet op veilig gebruik van de EOS’en en PGS 37-2 ziet op de opslag van lithiumhoudende energiedragers. De bedoeling is om een EOS en het opslaan van batterijen in de loop van 2027 als milieubelastende activiteit op te nemen in het Bal en daarbij in de algemene regels te verwijzen naar de PGS 37-1 en PGS 37-2. Op dit moment zijn de PGS-richtlijnen echter nog niet voorgeschreven. Dat wilde het college ondervangen door aan het verhuurbedrijf een maatwerkvoorschrift op te leggen op grond van artikel 2.1, vierde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, in combinatie met de zorgplicht van artikel 2.1, eerste lid. 

Het college had in het maatwerkvoorschrift vooral verwezen naar PGS 37-1 (gebruik van EOS’en). Het verhuurbedrijf komt daar tegen op en stelt dat PGS 37-2 op haar van toepassing is. Het gaat immers om de opslag van de EOS’en. Het college stelt daar tegenover dat de EOS’en tijdens de opslag regelmatig worden bijgeladen; dat opladen maakt dat sprake zou zijn van gebruik en daarmee zou PGS 37-1 van toepassing zijn. De rechtbank is dat niet met het college eens en oordeelt dat het controleren en opladen van de EOS’en ten behoeve van opslag, valt onder opslag als bedoeld in de PGS 37-2. Het college heeft daarom naar de verkeerde richtlijn verwezen en het maatwerkvoorschrift is daarmee onvoldoende gemotiveerd. 

Het beroep is gegrond, de rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar en herroept het primaire besluit. Er gelden dus geen maatwerkvoorschriften meer. De rechtbank doet een beroep op het verhuurbedrijf, onder verwijzing naar de zorgplicht van artikel 2.1 Activiteitenbesluit, haar eigen belang bij de veilige opslag van EOS’en en het vooruitzicht dat de meeste eisen alsnog in het Bal zullen worden opgenomen, om de EOS’en verantwoord te blijven opslaan. 

Onder het Bal geldt de zorgplicht voor het milieu nog steeds (artikel 2.11), met een verruimde bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Onder het oude recht kon namelijk alleen een maatwerkvoorschrift worden gesteld over de zorgplicht voor zover het Activiteitenbesluit niet in een uitputtende regeling over dat onderwerp voorzag (dat vormde in deze zaak overigens geen discussiepunt). Onder het nieuwe recht doet het feit dat over een onderwerp specifieke regels zijn gesteld, niet af aan de toepasselijkheid van de specifieke zorgplicht en de bevoegdheid om daarover maatwerkvoorschriften te stellen. Bevoegde gezagen kunnen dus nu al via een maatwerkvoorschrift voor kiezen om de PGS-37 van toepassing te verklaren op het gebruik of de opslag van lithium-ion batterijen. Zij dienen er dan wel op te letten dat zij de juiste PGS-richtlijn hanteren, zo blijkt uit deze uitspraak.