Op 30 oktober 2025 heeft de rechtbank Oost-Brabant een relevante uitspraak (ECLI:NL:RBOBR:2025:6932) gedaan over het gebruik van maatwerkvoorschriften in spuitzoneringskwesties.

Deze uitspraak gaat onder meer over een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad (hierna: ‘het college’) verleende omgevingsvergunning voor de tijdelijke bouw en het gebruik van 96 woningen ten behoeve van de huisvesting van 300 ontheemden op een perceel in Schijndel. Binnen 50 meter van dit perceel liggen een aantal agrarische percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt. In het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heeft het college daarom maatwerkvoorschriften aan de betreffende eigenaren van de agrarische percelen opgelegd. Deze maatwerkvoorschriften (waarvan de grondslag niet wordt genoemd) houden in dat binnen 50 meter van de gevel van het dichtstbij gelegen bouwwerk waarin de huisvesting plaatsvindt geen machinale spuitwerkzaamheden met chemische gewasbeschermingsmiddelen mogen plaatsvinden. Er wordt dus een spuitzone opgelegd.
Eén van de eigenaren van de agrarische percelen stelt zich op het standpunt dat de omgevingsvergunning niet kon worden verleend, omdat ten tijde van het ontwerpbesluit van de verleende omgevingsvergunning het maatwerkvoorschrift nog niet onherroepelijk was. De rechtbank gaat hieraan voorbij en overweegt dat ten tijde van het nemen van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning het desbetreffende maatwerkvoorschrift in werking was getreden, zodat het college hiermee rekening heeft mogen houden. Met dit maatwerkvoorschrift is het woon- en leefklimaat van de bewoners van de 96 tijdelijke woningen volgens de rechtbank voldoende beschermd tegen mogelijk nadelige gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
De rechtbank toetst in deze procedure dus niet of het maatwerkvoorschrift op zichzelf stand kan houden (zie in dat verband ook Vz. Rb. Oost-Brabant 7 februari 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:632, r.o. 13). Zodra het maatwerkvoorschrift in werking is getreden, kan het bevoegd gezag hier volgens de rechtbank dus rekening mee houden. Hierbij moet wel in het oog worden gehouden dat een agrariër ook tegen het maatwerkvoorschrift zelf in bezwaar en beroep kan gaan. In dat verband is relevant dat in de rechtspraak de vraag onder welke omstandigheden een dergelijk maatwerkvoorschrift (ter oplegging van een spuitzone) kan worden gesteld nog niet uitvoerig is behandeld (zie in dat verband enkel Vz. Rb. Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6311, r.o. 21-23). Wij houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen op dit gebied.