Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is genomen. Daartoe voert het college aan dat het ontbreken van een advies van de bezwaarschriftencommissie, gelet op art. 3:6 Awb, niet zonder meer betekent dat sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel als bedoeld in art. 3:2 Awb. Daarnaast brengt het college naar voren dat het nemen van een besluit zonder advies van de commissie in dit geval niet onmogelijk was. Dat is volgens het college in lijn met de memorie van toelichting bij de Awb (Kamerstukken II, 1988-1989, 21 221, nr. 3, p. 152). Indien het advies van een commissie pas wordt verwacht nadat de beslistermijn formeel is verstreken, dient het bestuursorgaan volgens het college de beslissing op bezwaar te nemen zonder dat advies.

De Afdeling begrijpt wat het college aanvoert over art. 3:6 Awb zo dat het de bezwaarschriftencommissie aanmerkt als adviseur als bedoeld in art. 3:5, lid 1 Awb. Dat maakt volgens het college dat gelet op art. 3:6, lid 2 Awb het ontbreken van het advies van de bezwaarschriftencommissie niet zonder meer zorgt voor een zorgvuldigheidsgebrek.
Daarover overweegt de Afdeling als volgt. De bezwaarschriftencommissie is, gelet op de Verordening commissie bezwaarschriften, een adviescommissie in de zin van art. 7:13 Awb dat advies uitbrengt aan het college over het tegen een besluit gemaakte bezwaar. Deze commissie is geen adviseur als bedoeld in art. 3:5 Awb, waardoor art. 3:6 Awb niet van toepassing is (vergelijk onder 5.2 van de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:18)).
De memorie van toelichting waar het college naar verwijst, biedt evenmin soelaas. Uit de memorie van toelichting blijkt dat, indien nog geen advies is uitgebracht, een beslissing op bezwaar moet worden genomen, maar pas nadat het bestuursorgaan de beslissing overeenkomstig art. 7:10, lid 3 en (eventueel het) lid 4 Awb heeft verdaagd. Daaruit blijkt dat het college de mogelijke termijnen alle dient te benutten, voordat het overgaat tot het beslissen op het bezwaar zonder het advies af te wachten. Het college heeft de beslissing niet verdaagd, waardoor het de beslissing op bezwaar niet had mogen nemen zonder het advies af te wachten.
De rechtbank is terecht tot de conclusie gekomen dat het beslissen op het bezwaar zonder het advies van de bezwaarschriftencommissie af te wachten, in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarbij weegt de Afdeling mee dat het college zelf om dat advies heeft verzocht en wist dat een advies aanstaande was. Dat in het besluit een gemotiveerde heroverweging is gemaakt, maakt dat niet anders.