[appellante] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college de aanvraag om een omgevingsvergunning niet in behandeling mocht nemen. De rechtbank heeft volgens hen daarom niet onderkend dat het college niet had mogen oordelen dat het bouwplan voldoet aan artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a Wabo. Hierover voeren zij aan dat niet alle bouwtechnische gegevens bij de aanvraag zijn ingediend en Ice Agency geen verzoek in de zin van artikel 2.7, eerste lid, van de Regeling Omgevingsrecht heeft ingediend om deze gegevens later te verstrekken.

De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het betoog van [appellante] en anderen dat het college de aanvraag niet in behandeling had mogen nemen, niet slaagt.
Dat vergunninghouder geen uitstelverzoek in de zin van artikel 2.7, eerste lid, van de Regeling omgevingsrecht heeft ingediend, betekent niet dat het college gehouden was de aanvraag buiten behandeling te laten.
Het is aan het college om te beoordelen of het over voldoende gegevens en bescheiden beschikt om een besluit op de aanvraag te nemen. Het college kan verzoeken om de aanvraag aan te vullen en in het uiterste geval de aanvraag buiten behandeling laten. Het college heeft hiervoor in dit geval geen aanleiding gezien en de aanvraag inhoudelijk beoordeeld.
Noot Y. Schönfeld
Onder de Omgevingswet is een vergelijkbare regeling opgenomen als in de Wabo en het Mor aan de orde was. Art. 16.55 lid 2 Ow jo. art. 8.3c, lid 1 Bkl bepaalt dat op verzoek van de aanvrager aan de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit een voorschrift wordt verbonden dat inhoudt dat bij ministeriële regeling aangewezen gegevens en bescheiden pas hoeven te worden verstrekt uiterlijk 3 weken voor de start van de uitvoering van het onderdeel van de bouwactiviteit waarop die gegevens en bescheiden betrekking hebben. Dit is in artikel 7.16 van de Omgevingsregeling nader uitgewerkt.