In de bestuurlijke rapportage van de politie van 23 november 2021 staat dat [appellant] voor de 3e keer dat jaar binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Deventer als verdachte is aangemerkt van een geweldsincident op een voor publiek toegankelijke plaats. Verder staat in de rapportage dat [appellant] deel uitmaakt van een overlastgevende supportsgroep die gelieerd is aan voetbalclub Go Ahead Eagles. V

Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat [appellant] art. 2:1 van de APV heeft overtreden doordat hij op verschillende data en op verschillende locaties binnen de gemeente uitdagend gedrag heeft vertoond dan wel heeft gevochten. Het doel van de last onder dwangsom is het voorkomen van herhaling van overtreding van art. 2:1 v.d. APV en het voorkomen van aantasting van de openbare orde, het beteugelen van overlast en het bevorderen van de veiligheid.
Anders dan [appellant] betoogt, is de opgelegde last onder dwangsom niet aan te merken als een criminal charge.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het arrest Engel en anderen tegen Nederland van 8 juni 1976 (ECLI:CE:EHCR:1976:0608JUDO000510071,§82) 3 criteria geformuleerd voor de bepaling of sprake is van een criminal charge. Ten eerste is van belang de classificatie van de sanctie naar nationaal recht, ten tweede de aard van de overtreding - mede bezien in relatie tot het doel van de sanctie - en ten derde de zwaarte van de maatregel. De laatste twee criteria zijn niet cumulatief: het voldoen aan één van deze criteria kan in bepaalde gevallen reeds leiden tot de conclusie dat van een criminal charge sprake is. Daarnaast is mogelijk dat het tweede en derde criterium in samenhang bezien een dergelijke conclusie kunnen rechtvaardigen. Zie ABRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2771.
Een last onder dwangsom is naar nationaal recht geclassificeerd als een herstelsanctie. Het doel van de last onder dwangsom is in dit geval het voorkomen van een herhaling van de overtreding van art. 2:1 APV. Met dit artikel wordt beoogd te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord. De last onder dwangsom is niet strafrechtelijk van aard. Als [appellant] niet opnieuw de overtreding begaat, verbeurt hij geen dwangsom. De zwaarte van de last is in die zin beperkt. De dwangsom is ook niet zodanig hoog dat dit zou maken dat de last als een criminal charge moet worden aangemerkt. Vergelijk de uitspraken ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1361 en 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:400. Dat sprake kan zijn van optreden via zowel het straf- als bestuursrecht zoals [appellant] heeft gesteld, betekent niet dat de last onder dwangsom daardoor aangemerkt moet worden als een criminal charge. De last onder dwangsom is naar zijn aard immers gericht op het voorkomen van herhaling.