Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Nieuwe beoordelingskader voor intern salderen geldt ook voor bestemmingsplannen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) wijzigt met haar uitspraak van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:193), in navolging van de nieuwe jurisprudentielijn over intern salderen bij projecten (vgl. de Afdelingsuitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923), haar rechtspraak over intern salderen in de voortoets bij bestemmingsplannen. Deze rechtspraakwijziging is direct van toepassing in lopende procedures over bestemmingsplannen.

22 January 2026

De koerswijziging betekent dat, evenals bij projecten, de referentiesituatie niet mag worden betrokken bij de vraag of significante gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling die is voorzien in een bestemmingsplan op voorhand zijn uitgesloten. In de voortoets mag dus, anders dan voorheen, voor de beoordeling of significante gevolgen zijn uitgesloten, geen vergelijking worden gemaakt van de gevolgen van de feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie en de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent dat voortaan in de voortoets bij de beoordeling of significante gevolgen op voorhand zijn uitgesloten, de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkelingen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt op zichzelf moeten worden onderzocht. 

Als uit de voortoets volgt dat significante gevolgen niet op voorhand op grond van objectieve gegevens zijn uitgesloten, dan moet een passende beoordeling worden opgesteld waaruit de zekerheid wordt verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Die passende beoordeling zal vaker dan voorheen nodig zijn, aldus de Afdeling. 

Intern salderen met de referentiesituatie mag volgens de Afdeling wel onder voorwaarden als mitigerende maatregel worden betrokken in de passende beoordeling van de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. Dit is alleen toegestaan als voldaan is aan het additionaliteitsvereiste: vast moet staan dat de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie niet nodig is als instandhoudings- of passende maatregel. De gemeenteraad moet dit steeds in het concrete geval beoordelen en motiveren. 

Voor de invulling van de motiveringsverplichting geldt voor de gemeenteraad dit verband een vergewisplicht: de gemeenteraad dient zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat het bevoegd gezag dat verantwoordelijk is voor het treffen van instandhoudings- en passende maatregelen de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie nodig acht als instandhoudings- of passende maatregel. De vergewisplicht geldt voor de inzet van alle mitigerende maatregelen (zoals intern- en extern salderen) die de gemeenteraad bij het vaststellen van een bestemmingsplan inzet. 

Artikel delen