In haar uitspraak van 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2922) zet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het met een overzichtsuitspraak de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bij woningsluitingen op basis van artikel 13b van de Opiumwet uiteen. Deze overzichtsuitspraak scherpt het toetsingskader van de Harderwijk-uitspraak van 2 februari 2022 op punten aan.

In rechtsoverweging 6 tot en met 12 van de uitspraak geeft de Afdeling aan waar de burgemeester naar moet kijken bij het sluiten van een woning op basis van artikel 13b Opiumwet.
Bevoegdheid burgemeester (artikel 13b Opiumwet)
De burgemeester is bevoegd om een woning te sluiten als daarin drugs (lijst I of II Opiumwet) worden verhandeld, verstrekt of daartoe aanwezig zijn.
Hoeveelheid als indicatie voor handel:
0,5 g harddrugs
5 g softdrugs
5 hennepplanten → dan vermoeden van handel.
Uitzondering bij geringe overschrijding: Als de betrokkene overtuigend en consistent verklaart dat het om eigen gebruik gaat én er zijn geen aanwijzingen voor handel, dan is er geen bevoegdheid om op te treden.
2. Gebruik van de bevoegdheid
De sluiting is een herstelsanctie die:
de overtreding beëindigt,
de gevolgen ervan ongedaan maakt
én herhaling voorkomt.
De burgemeester moet:
nagaan of sluiting noodzakelijk is,
zijn beleid toepassen, tenzij er reden is om daarvan af te wijken,
en altijd toetsen aan het evenredigheidsbeginsel.
3. Evenredigheidstoets
De Afdeling toetst intensief, vanwege de grote impact op grondrechten. De beoordeling kent drie stappen:
A. Geschiktheid
Is sluiting nog geschikt, gelet op het tijdsverloop sinds de overtreding?
Als de situatie al is hersteld, is sluiting niet geschikt.
B. Noodzaak
Had een minder ingrijpend middel (zoals een waarschuwing of dwangsom) kunnen volstaan?
De burgemeester moet o.a. kijken naar:
o soort en hoeveelheid drugs,
o aanwijzingen voor handel (attributen, meldingen, toeloop),
o rol van de woning binnen de keten (bijv. opslag of gebruikslocatie),
o herhaling, overlast of veiligheidsrisico’s in de buurt.
C. Evenwichtigheid
De belangen van bewoners worden afgewogen tegen het doel van sluiting.
Relevante factoren:
o mate van verwijtbaarheid,
o binding met woning,
o aanwezigheid van kinderen,
o gevolgen van tijdelijk verblijf elders,
o duur van sluiting,
o risico op verlies van huurwoning en inschrijving op zwarte lijst.
De burgemeester moet afzien van sluiting als:
Die niet geschikt, niet noodzakelijk of niet evenwichtig is.
In dat geval kan hij eventueel kiezen voor een minder ingrijpende maatregel, zoals een last onder dwangsom of waarschuwing.
In de voorliggende casus concludeert de Afdeling dat sluiting van de woning niet evenwichtig was, kortgezegd omdat appellant ten tijde van de sluiting zwanger was en omdat er geen aanknopingspunten waren dat zij betrokken was bij de criminele activiteiten (van haar detineerde partner). Dit maakt dat de nadelige gevolgen voor appellant onevenredig in verhouding stonden tot het belang van de sluiting.