Uit de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 20 november 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:6751) volgt dat de zogenoemde ’18 december-uitspraken’ over stikstof ook van toepassing zijn bij intern salderen met een aan algemene regels en een vergunning ontleende referentiesituatie. Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over de herontwikkeling van een kampeerterrein tot een park met recreatiewoningen.

Gedeputeerde Staten (“GS”) hadden een handhavingsverzoek afgewezen, omdat het project niet natuurvergunningplichtig zou zijn: met de herontwikkeling zou geen sprake zijn van overtreding van wettelijke verboden met betrekking tot soortenbescherming en de stikstofdepositie van het inmiddels deels gerealiseerde project zou intern gesaldeerd kunnen worden met de eerder op grond van de Wet op de openluchtrecreatie (Wor) verleende vergunning voor 150 kampeerplekken. Bovendien was en is het aantal planologisch toegestane standplaatsen op grond van ter plaatse geldende bestemmingsplan niet gemaximeerd. De rechtbank overweegt dat de Afdeling met twee uitspraken 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909) haar rechtspraak over intern salderen bij de beoordeling van de natuurvergunningplicht heeft gewijzigd: anders dan voorheen, mag de referentiesituatie die wordt ontleend aan een milieu- of natuurtoestemming niet worden betrokken bij de vraag of significante gevolgen van een project op voorhand zijn uitgesloten. Dit betekent dat voor de beoordeling of significante gevolgen zijn uitgesloten, geen vergelijking mag worden gemaakt tussen de gevolgen van de bestaande vergunde situatie en de gevolgen van het project na wijziging. Ook heeft de Afdeling in de 18 december-uitspraken overwogen dat deze rechtspraakwijziging direct van toepassing is in lopende en toekomstige vergunning- en handhavingsprocedures. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de wijziging in de rechtspraak over intern salderen bij de beoordeling van de natuurvergunningplicht ook geldt voor intern salderen met een toestemming ontleend aan algemene regels, zoals in onderhavige zaak aan de orde is. Onder verwijzing naar de rechtspraak over intern salderen met een toestemming ontleend aan algemene regels over agrarisch gebruik waar bemesten een onderdeel van is (vgl. de Afdelingsuitspraak van 28 mei 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2404) beantwoordt de rechtbank die vraag bevestigend. Omdat de onderbouwing van de beslissing op het handhavingsverzoek daarmee niet langer toereikend is, vernietigt de rechtbank dit besluit. De rechtsgevolgen ervan laat de rechtbank evenwel in stand: uit de 18 december-uitspraken volgt immers ook dat voor de situatie zoals in deze zaak aan de orde is een overgangsperiode van vijf jaar geldt en GS tot 1 januari 2030 niet bevoegd zijn tot handhavend optreden wegens het ontbreken van een natuurvergunning.