ABRvS 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1085. Het college heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat [appellant C] geen procesbelang meer heeft, omdat hij het perceel [locatie A] inmiddels heeft verkocht.

Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.
De Afdeling ziet geen aanleiding om het college te volgen in zijn standpunt dat [appellant C] geen procesbelang meer heeft. Op de zitting is gebleken dat [appellant C] geen eigenaar meer is van het perceel. Het perceel is op dit moment in eigendom van de zoon van [appellant C] die hier samen met zijn partner woont en de loods gebruikt.
[appellant C] heeft op de zitting toegelicht dat, mocht de weigering van een omgevingsvergunning voor de loods onherroepelijk worden en de loods moet worden gesloopt, zijn zoon te veel voor het perceel heeft betaald en hij dat moet terugbetalen. [appellant C] heeft er dus belang bij dat er alsnog een omgevingsvergunning voor de loods wordt verleend.
Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat [appellant C] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde hoger beroep.