Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Nogmaals bevestiging: bij 'art. 22.8-OPA' geldt het limitatieve kader van beoordelingsregels uit gemeentelijke verordening

Rechtbank Midden-Nederland 18 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1954. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het perceel van eisers geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Laren’ (omgevingsplan). Dat omgevingsplan bestaat onder meer uit een tijdelijk deel: de voorheen vastgestelde bestemmingsplannen en de omgevingsplanregels van rechtswege (de bruidsschat), artt. 22.1 en 22.2 Ow. Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan ‘Laren – West’ (het bestemmingsplan), heeft het perceel onder meer de enkelbestemming ‘Tuin’. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor in- en uitritten met de daarbij behorende parkeervoorzieningen.

18 May 2026

Op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving Laren (VFL) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg. Dit verbod is overgenomen in het Omgevingsplan van de gemeente Laren (het omgevingsplan) en geldt op grond van de Omgevingswet als een verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten (art. 5.1, lid 1, onder a jo. art. 22.8 Ow).

De weigeringsgronden van art. 3.40, lid 2, van de VFL zijn imperatief en limitatief. Dat betekent dat de omgevingsvergunning móet worden geweigerd als er een weigeringsgrond van toepassing is. Dat betekent ook dat de omgevingsvergunning móet worden verleend als geen van de in art. 3.40, lid 2, van de VFL genoemde weigeringsgronden van toepassing is. Er is geen ruimte voor een nadere belangenafweging of het hanteren van een ruimer toetsingskader op dit punt.

Noot Y. Schönfeld
Art. 22.281 omgevingsplan, dat in de transitiefase toch beleidsruimte geeft aan het college en waardoor toch aan ETFAL moet worden getoetst, geldt alleen bij het toepassen van binnenplanse afwijkingsbevoegdheden uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan en dus niet voor omgevingsplanactiviteiten op basis van gemeentelijke verordeningen (waarbij art. 22.8 Ow toepasselijk is).

Dit is eerder ook al overwogen in een uitspraak v.d. Rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5082, waaruit volgt dat enkel een limitatief-imperatief toetsingskader geldt uit de bijbehorende beoordelingsregel uit de verordening en dus niet aan het ETFAL-criterium wordt getoetst. Zie hieromtrent dit blogartikel:

Artikel delen