Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Nogmaals bevestiging dat bij opa bouw sprake is van een gebonden beschikking

Rechtbank Overijssel 3 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1074. [derde belanghebbende] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bijgebouw. Dat is een omgevingsplanactiviteit. Onder een omgevingsplanactiviteit wordt onder meer verstaan een activiteit waarvoor in het# omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan (dit volgt uit bijlage A behorend bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, waarin het begrip ‘omgevingsplanactiviteit’ is gedefinieerd). Dit wordt de binnenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd. Het bouwen van het bijgebouw is op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan verboden zonder omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

3 March 2026

Samenvattingen

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college de aanvraag van de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit beoordeelt. In artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl staat dat de omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Uit artikel 22.29 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan volgt dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met de in het omgevingsplan gestelde regels over bouwen en ook niet in strijd mag zijn met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

Volgens de voorzieningenrechter heeft het college tot slot terecht geconcludeerd dat er binnen dit limitatief-imperatieve toetsingskader voor het college geen redenen waren om de omgevingsvergunning te weigeren. Ter plekke is een bijgebouw toegestaan en het bijgebouw voldoet aan de bouwregels die zijn genoemd artikel 5.2.3 van de planvoorschriften. Verder voldoet de aanvraag aan de welstandscriteria. Omdat dus sprake is van een zogenoemde ‘gebonden beschikking’, was het college gehouden om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Het college had geen ruimte voor het maken van een nadere belangenafweging, ook niet ten aanzien van de gestelde vrees van [eiser 1] en [eiser 2] voor aantasting van hun woongenot en aantasting van het (essen)landschap.

Artikel delen