Bij besluit van 17 mei 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend op grond van de (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk, artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet en artikel 8.0a eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Eiseres betoogt dat waar de omgevingsvergunning is gebaseerd op het voormalige Bouwbesluit 2012 (het bouwbesluit) niet kan worden voldaan aan het bouwbesluit. Het bouwbesluit schrijft in afdeling 3.6 voldoende verversing van lucht voor. Doordat die lucht van buiten komt, leidt dat tot een onvoldoende binnenklimaat voor in ieder geval twee woningen.
De rechtbank oordeelt dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat het bouwbesluit niet van toepassing is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het Bouwbesluit 2012 vervallen. Vergelijkbare normen zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
In het wettelijke kader van de Omgevingswet is van belang dat deze omgevingsvergunning enkel is aangevraagd en verleend voor de bouwactiviteit (artikel 5.1, eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet), en niet ook voor de technische bouwactiviteit (artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder a van de Omgevingswet).
Gelet op het stelsel van weigeringsgronden zoals hierboven besproken maken de normen uit het Bbl geen onderdeel uit van het toetsingskader van deze omgevingsvergunning. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.