Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Omgevingsvergunning heeft zaaksgebonden karakter, begrip ‘vergunninghouder’ moet daarom ruim worden uitgelegd

Uit de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RBGEL:2026:259) volgt dat de opvolgend gebouweigenaar beschouwd kan worden als ‘vergunninghouder’ en ‘overtreder’ bij een van de verleende omgevingsvergunning afwijkende verbouwing van het pand. Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over de lasten onder dwangsom die het college had opgelegd aan een bedrijf dat bij het verbouwen van diens pand afweek van de daarvoor verleende omgevingsvergunning.

3 February 2026

In beroep verweert eiser zich met de stelling dat een grond om haar als overtreder aan te merken ontbreekt, omdat (1) de omgevingsvergunning is verleend aan de voormalig eigenaar, zodat zij zelf niet kwalificeert als vergunninghouder, (2) bij de eigendomsoverdracht in de periode na vergunningverlening privaatrechtelijk met de voormalig eigenaar is afgesproken dat laatstbedoelde verantwoordelijk is en blijft voor de verbouwing, en (3) zij het niet in haar macht heeft om de geconstateerde overtredingen te beëindigen. De rechtbank overweegt een omgevingsvergunning een zaaksgebonden vergunning is en moet het begrip ‘vergunninghouder’ volgens vaste rechtspraak in ruime zin worden opgevat; onder dat begrip moet worden verstaan degene die het project uitvoert, dat wil zeggen degene die voor die uitvoering verantwoordelijk is en voor wie de omgevingsvergunning daarom geldt (vgl. de Afdelingsuitspraak van 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2974). Dit gold op grond van het inmiddels vervallen art. 2.25 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en geldt onverminderd ingevolge art. 5.37 Omgevingswet (“Ow”). Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres als eigenaresse van het pand verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en kan zij dus als vergunninghouder en ook als overtreder worden aangemerkt. De gestelde privaatrechtelijke afspraken met de voormalige eigenaar over de uitvoering van het project doen volgens de rechtbank niet af aan de bestuursrechtelijke status van eiseres als vergunninghouder.

Het college heeft daarnaast voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres het in haar macht heeft om te voldoen aan de lasten onder dwangsom, aldus de rechtbank.

Artikel delen