Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Onteigeningsbesluit Moerdijk

Eén van de noviteiten van de Omgevingswet is de zogenaamde bekrachtigingsprocedure. De bestuursrechter beoordeelt in die procedure de rechtmatigheid van een onteigeningsbesluit. Die bekrachtiging is ook nodig wanneer er geen bedenkingen zijn ingediend. In deze Moerdijkse zaak was er wel een bedenking ingediend.

16 February 2026

Samenvattingen

De raad van Moerdijk neemt een onteigeningsbeschikking en wijst het perceel G 659 geheel aan te onteigening. Vervolgens verzoekt de raad de rechtbank om de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen (artikel 16.93, eerste lid Omgevingswet). Het perceel grasland is eigendom van de Staat (Rijksvastgoeddienst) en verpacht aan een agrariër.

De rechtbank wijst het verzoek van de raad af voor zover het het eigendomsrecht betreft en wijst het toe voor zover het het pachtrecht betreft. Aangezien er minnelijke overeenstemming is met de eigenaar bestaat er geen noodzaak tot onteigening. De raad gaat niet akkoord en gaat in hoger beroep. De raad wijst erop dat de Omgevingswet slechts de mogelijkheid biedt om een onroerende zaak te onteigenen en niet slechts een daarop gevestigd pachtrecht.

De Afdeling stelt de raad in het gelijk en overweegt dat door de onteigening van de onroerende zaak de onteigenaar de zaak verwerft vrij van alle lasten en rechten die op die zaak rusten. Dit betreft de zogenaamde titel zuiverende werking. Aangezien er geen minnelijke overeenstemming was met de pachter moet de zaak dus volledig worden aangewezen voor onteigening zodat daardoor vaststaat dat de onteigenaar verwerft vrij van aanspraken van derden, in dit geval de pacht. De rechtbank heeft, aldus de Afdeling ten onrechte gemeend de bekrachtiging te weigeren met als argument dat daartoe met betrekking tot de eigendom geen noodzaak bestond.

Een gedeeltelijke bekrachtiging is als zodanig wel mogelijk. Dan moet worden gedacht aan een situatie waarin een deel van het te onteigening aangewezen onroerende zaak niet voldoet aan de criteria die gelden voor onteigening.

De pachter stelde nog dat er alsnog, na uitspraak van de rechtbank overeenstemming met hem zou zijn bereikt. Volgens de raad was die overeenstemming nog niet perfect. Hoe dan ook behoudt de onteigenaar belang erbij de onteigeningsakte te kunnen inschrijven in de openbare registers, mede met het oog op de titel zuiverende werking. Het hoger beroep is gegrond en de beschikking van de raad tot onteigening wordt bekrachtigd.

Dit is de eerste uitspraak van de Afdeling over de bekrachtigingsprocedure. Het valt op dat de Afdeling deze zaak snel heeft behandeld. De uitspraak van de rechtbank is van 1 oktober 2025. Gezien het specifieke karakter van de zaak, (het kan namelijk niet zo zijn dat er wordt onteigend zonder dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om te worden gehoord), wordt aan de raad gevraagd of er mogelijk nog andere belanghebbenden zijn. Dat is niet het geval.

De uitspraak is inhoudelijk alleen niet opzienbarend. De rechtbank heeft het stelsel dat de wetgever in de Omgevingswet heeft opgenomen miskend en dat is door de Afdeling gecorrigeerd.