Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Onvoldoende aan etfal getoetst bij opa binnenplans afwijken omgevingsplan

Rechtbank Den Haag 18 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1700. Op 21 februari 2025 heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een dakopbouw op de woning. Er is een aanvraag ingediend voor een bouwactiviteit omgevingsplan en de bouwactiviteit (technisch).

18 February 2026

De gevraagde omgevingsvergunning is verleend o.g.v. art. 5.1, lid 1, onder a Omgevingswet. Het betreft een omgevingsplanactiviteit (opa). Sprake is van strijd met art. 13, lid 3, onder c, van de beheersverordening. Het college is bevoegd om o.g.v. art. 13, lid 5, sub e v.d. beheersverordening een binnenplanse vrijstelling te verlenen voor het uitbreiden met een 3e bouwlaag.

In art. 22.281 Omgevingsplan is bepaald dat, voor zover de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in art. 22.1, lid 1, onder a Ow gestelde regels over het voor een activiteit als bedoeld in art. 22.280 bij omgevingsvergunning afwijken van regels in dat tijdelijke deel de verplichting bevatten om als de activiteit niet in strijd is met die regels de omgevingsvergunning te verlenen, deze verplichting wordt gelezen als een bevoegdheid.

Uit vaste rechtspraak volgt dat de binnenplanse OPA moet voldoen aan ETFAL. Voor de binnenplanse OPA volgt dit uit art. 22.281 Omgevingsplan.

De rb. is van oordeel dat geen sprake is van een gebonden beschikking. Dat de planwetgever een extra bouwlaag op deze woning op zich toelaatbaar heeft geacht neemt niet weg dat het college voor een concreet bouwplan pas een omgevingsvergunning kan verlenen indien het college gebruik wil maken van de bevoegdheid tot het verlenen van de binnenplanse vrijstelling. In dat kader moet het college beoordelen of voldaan is aan de eis van ETFAL en moeten de belangen worden afgewogen. Daarbij dienen ook de belangen van eiser, zoals schaduwwerking, betrokken te worden. Dat aan de voorwaarden in artikel 13, lid 5, onder e, van de beheersverordening is voldaan en deze belangen van eiser niet bij de voorwaarden zijn vermeld doet daar niet aan af.

Voor zover het college zich op het standpunt stelt dat geen sprake is van onevenredige schaduwwerking, is dat standpunt onvoldoende onderbouwd. De stedenbouwkundige heeft in zijn advies ten aanzien van schaduwwerking vermeld dat de dakopbouw vanwege zijn ligging mogelijk zorgt voor extra schaduw in de achtertuinen van de aangrenzende percelen en met een bezonningsstudie de mate van schaduwwerking in beeld kan worden gebracht. Het college kan naar het oordeel van de rechtbank niet volstaan met de opmerking dat het standpunt dat sprake is van onevenredige schaduwwerking ook zonder bezonningsstudie door een onafhankelijk deskundige niet aannemelijk is.

Artikel delen