Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Ook als aanvraag om uitwegvergunning o.g.v. gemeentelijke Verordening (art. 22.8 Ow) strijdig is met omgevingsplan aanvraag automatisch aanmerken als BOPA-aanvraag

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2504. Ten tijde van het bestreden besluit waren de regels voor een uitwegvergunning in de gemeente Maashorst te vinden in art. 5:3 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Maashorst (de Verordening). Op grond van het eerste lid van dit artikel is het verboden zonder vergunning van het college een uitweg te maken of te hebben naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Op grond van art. 22.8 Omgevingswet geldt dit verbod als een verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.

30 April 2026

Samenvattingen

Op grond van art. 5:3, lid 3, van de Verordening, moet het college de vergunning weigeren als de te realiseren uitweg in strijd is met het omgevingsplan.

Op grond van art. 5:3, lid 3, van de Verordening, kan het college de vergunning weigeren in het belang van:

- het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
- de bescherming van het uiterlijk aanzien van de weg;
- de bescherming van groenvoorzieningen;
- het behoud van openbare parkeerplaatsen.

Bij het nemen van een nieuw besluit dient het college nader te bezien in hoeverre de te realiseren uitweg leidt tot activiteiten die in strijd zijn met de bestemming ‘Agrarisch’.

Als de te realiseren uitweg inderdaad in strijd is met deze bestemming, dan moet het college op grond van art. 8.0a, lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving eerst bezien of een afwijking van het omgevingsplan (een BOPA, YS) kan worden vergund (art. 8.0a, lid 2 Bkl bepaalt dat voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de omgevingsvergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, ETFAL, YS).

Artikel delen