Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Ook onder de Omgevingswet moet bevoegd gezag bij enkelvoudige overtreding opa bouw zelfstandig toetsen of concreet zicht op legalisering aan de orde kan zijn

Het was even wachten op de bevestiging, maar op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2026:2398, bevestigd dat de oude jurisprudentielijn uit het Wabo-tijdperk, waarbij het bevoegd gezag bij een enkelvoudige overtreding van het bouwen zonder een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (art. 2.1, lid 1 onder a Wabo) zelfstandig moet toetsen of er zicht op legalisering kan zijn, ook onder de hashtag#Omgevingswet geldt voor de OPA Bouw (art. 5.1 lid 1 onder a Ow jo. art. 22.26 omgevingsplan).

15 April 2026

Het college heeft aan eiser een bouwstop opgelegd met een last onder dwangsom, vanwege het handelen in strijd met art. 5.1, lid 1, onder a Ow in samenhang met art. 22.26 omgevingsplan.

Volgens eiser heeft het college ten onrechte geen onderzoek gedaan naar concreet zicht op legalisatie, terwijl het college daar op grond van jurisprudentie van de Afdeling wel toe verplicht was.

De vraag of legalisatie mogelijk is van een zonder vergunning gebouwd bouwwerk, dient volgens vaste rechtspraak van de Afdeling zelfstandig te worden beantwoord, ook als nog geen concrete daarop gerichte aanvraag is ingediend. Bij de beantwoording van de vraag of concreet zicht op legalisering bestaat, dient het college te bezien of, als een aanvraag zou worden ingediend, een vergunning voor het bouwwerk moet worden verleend (ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1314, r.o. 6.2 en ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:169, r.o. 9.1).

Ter zitting heeft het college toegelicht dat na het uitwerken van de bouwstop een last onder dwangsom is opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank geldt voornoemde vaste rechtspraak van de Afdeling (over dat bij de bouwstop niet wordt getoetst aan concreet zicht op legalisering, YS) niet voor dat deel van de herstelsanctie, omdat die – zoals het college op zitting heeft toegelicht – is opgelegd op het moment dat de bouwstop was uitgewerkt.

De rechtbank is van oordeel dat het college in bestreden besluit II onvoldoende heeft gemotiveerd dat het college in het kader van de ná de bouwstop opgelegde last onder dwangsom heeft onderzocht of ten aanzien van de nieuwbouwschuur sprake was van concreet zicht op legalisatie. De rechtbank acht dergelijk concreet zicht niet uitgesloten, omdat het college tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft uitgesproken: “Als nú een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, het college eenzelfde vergunning kan verlenen dan die is ingetrokken, maar zonder de derde schuur”.

Artikel delen