Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Opheffen of wijzigen voorlopige voorziening vereist geen spoedeisend belang

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) oordeelt in haar uitspraak van 6 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:57) dat voor het opheffen en wijzigen van een voorlopige voorziening, anders dan bij het in eerste instantie treffen ervan, niet is vereist dat de verzoeker daartoe een spoedeisend belang stelt.

19 January 2026

Samenvattingen

Aanleiding voor dit oordeel was het verzoek van de gemeenteraad om de eerder getroffen voorlopige voorziening die strekte tot schorsing van het vastgestelde bestemmingsplan op te heffen. De milieustichting die eerder succesvol had verzocht om toewijzing van de voorziening betoogt in deze procedure dat de gemeenteraad geen spoedeisend belang heeft dat de opheffing van de getroffen voorlopige voorziening rechtvaardigt. De voorzieningenrechter overweegt dat art. 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (“Awb”), waarin is bepaald dat de voorzieningenrechter in geval van onverwijlde spoed een voorlopige voorziening kan treffen, niet van overeenkomstige toepassing is verklaard op de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening op te heffen (in de zin van art. 8:87 Awb). Ook anderszins kan volgens de voorzieningenrechter niet worden aangenomen dat de bevoegdheid om een voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen alleen bestaat bij een spoedeisend belang (vgl. de Afdelingsuitspraak van 31 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:369).

Artikel delen