Rechtbank Noord-Holland 12 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2447. Eiseressen voeren aan dat voor het gebruik van padelbanen moet worden voldaan aan de flora en faunawet (de rechtbank begrijpt: Hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (het Bal)). Het college stelt dat hieraan wordt voldaan, maar eiseressen hebben geen toetsbare informatie in dit verband gezien. Het gedeelte van de dijk waar de padelbanen zijn voorzien is een rustig stukje natuur. Deze natuur dreigt te worden verstoord door het geluid van de padelbanen. Eiseressen hebben het college al in een vroeg stadium gewezen op de mogelijke gevolgen van het geluid voor de natuur.

Het college stelt zich op het standpunt dat een omgevingsvergunning alleen geweigerd kan worden op grond van de weigeringsgronden die zijn opgenomen in artikel 22.29 van het omgevingsplan. Daarnaast geldt dat de omgevingsvergunning alleen gebruikt mag worden als vergunninghoudster voldoet aan de regels die gelden ten aanzien van een flora- en fauna-activiteit. Het college wijst in dit verband op de zorgplicht die is neergelegd in artikel 11.27 van het Bal. In dit kader is in de bezwaarfase advies gevraagd aan de Omgevingsdienst. Naar aanleiding van dit advies heeft vergunninghoudster maatregelen getroffen, waardoor is voldaan aan die zorgplicht. Verder stelt het college zich op het standpunt dat de provincie Noord-Holland het bevoegd gezag is als het gaat om de vraag of voor de padelbanen een omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit is vereist. Het college beschikt niet over informatie waaruit blijkt of eiseressen voldoen aan de regels met betrekking tot flora en fauna en kan deze informatie dan ook niet aan eiseressen verstrekken. Nu het college in deze niet het bevoegd gezag is, zou een gesprek met eiseressen over dit onderwerp ook geen verschil maken in het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning voor het aanleggen van de padelbanen.
De rechtbank overweegt dat met inwerkingtreding van de Omgevingswet de aanhaakverplichting en onlosmakelijke samenhang tussen een bouwactiviteit en een flora- en fauna-activiteit is komen te vervallen. Dat betekent dat de vraag of voor het gebruik van de padelbanen een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten is vereist en of deze kan worden verleend, buiten de omvang van dit geding valt. Dit laat onverlet dat vergunningen in het kader van flora en fauna en geluid mogelijk wel vereist zijn om de padelbanen te kunnen gebruiken. Dit heeft de commissie ook opgemerkt in haar advies. Dit advies heeft het college overgenomen in het bestreden besluit.