Rechtbank Midden-Nederland 24 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1798. Op 1 maart 2018 is een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een gebouw (gedeeltelijk) in kinderopvang en brandveilig gebruik voor de kinderopvang. De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft op 1 maart 2018 positief geadviseerd over de aanvraag. In dit advies is bepaald dat de eisen inzake brandveilig gebruik uit hoofdstuk 1 tot en met 7 van het Bouwbesluit 2012 gelden voor zover niet anders is bepaald in de vergunning.

Eiseres voert aan dat het Bbl, en daarmee de brandveiligheidsvoorschriften die het college ten grondslag heeft gelegd aan de last onder dwangsom, niet op haar van toepassing zijn. Zij wijst erop dat in de verleende omgevingsvergunning brandveilig gebruik wordt verwezen naar het Bouwbesluit 2012.
De rechtbank stelt vast dat het Bbl van toepassing is op eiseres. Per 1 januari 2024 is het omgevingsrecht veranderd. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is per 1 januari 2024 vervallen en vanaf 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Ook het Bouwbesluit 2012 is per 1 januari 2024 vervallen. Vanaf 1 januari 2024 geldt het Bbl als vervanging van het Bouwbesluit 2012.
In de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) is voorzien in overgangsrecht, waarbij in bepaalde situatie het oude recht nog van toepassing is. Het overgangsrecht speelt in deze procedure echter geen rol.
In tegenstelling tot hetgeen eiseres op de zitting heeft betoogd, is artikel 4.3 van de IOw niet van toepassing. Er is immers geen sprake van een handhavingsaanvraag die is ingediend voor 1 januari 2024. De rechtbank ziet niet in waarom het nieuwe recht niet op eiseres van toepassing zouden zijn.