Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de transformatie van het bibliotheekgebouw. Vervolgens is de eigendom van het pand na verlening van de omgevingsvergunning overgedragen aan eiseres. Eiseres betoogt dat er geen grond is om haar als overtreder aan te merken, de vergunninghouder dient te worden aangeschreven. Dit is ook privaatrechtelijk overeengekomen tussen partijen.

Eiseres handelt dus niet in strijd met de omgevingsvergunning. De rechtbank Gelderland van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RBGEL:2026:259) is echter van oordeel dat het college eiseres terecht als vergunninghouder heeft aangemerkt. Een omgevingsvergunning is een zaaksgebonden vergunning. Volgens vaste rechtspraak moet het begrip ‘vergunninghouder’ in ruime zin worden opgevat. Uit de Memorie van Toelichting op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) volgde dat de tweede volzin van artikel 2.25 Wabo moet worden gelezen in samenhang met de eerste volzin van dat artikellid en het in de tweede volzin gebezigde begrip "vergunninghouder". Onder dat begrip moet hier worden verstaan degene die het project uitvoert, dat wil zeggen degene die voor die uitvoering verantwoordelijk is en voor wie de omgevingsvergunning daarom geldt. Uit een vergelijking tussen artikel 2.25 Wabo en artikel 5.37 Omgevingswet is niet gebleken dat er sprake is van een ander regime onder de Omgevingswet. In dit geval is eiseres als eigenaresse van het pand verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en kan zij dus als vergunninghouder en ook als overtreder worden aangemerkt. Voor zover er privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van het project is dat in dit verband niet van belang. Deze privaatrechtelijke afspraken doen namelijk niet af aan de bestuursrechtelijke status van eiseres als vergunninghouder.