Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Overtreding of niet: wat schrijft de vergunning (niet) voor?

In de uitspraak van 18 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1533) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van een overtreding van een vergunning zoals verleend aan een pluimveehouderij in Sint Antonius.

19 March 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Wat speelde er?

In Sint Antonius is een pluimveehouderij gevestigd. Tijdens een controle is volgens het college van burgemeester en wethouders (hierna: ‘het college’) een overtreding van de vergunning geconstateerd. In de vergunning is volgens het college namelijk een cyclusduur van de vleeskuikens van acht weken opgenomen, waaraan de pluimveehouderij met een cyclusduur van circa zes weken zich niet houdt. Vervolgens heeft het college een last onder dwangsom aan de pluimveehouderij opgelegd.
De pluimveehouderij is het niet eens met de opgelegde last en heeft daartegen bezwaar en beroep ingesteld. Het bezwaar is door het college ongegrond verklaard. Het beroep is daarentegen door de rechtbank gegrond verklaard. Volgens de rechtbank volgt er uit de vergunning geen cyclusduur van acht weken, waardoor geen sprake is van een overtreding en het college niet bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen. Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

Hoger beroep

In hoger beroep voert het college aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen overtreding is. Volgens het college is er wel degelijk een verplichting tot een cyclusduur van acht weken en voert hiertoe kort samengevat aan dat (i) in de aanvraag om een revisievergunning is vermeld dat per acht weken de aan- en afvoer van dieren plaatsvindt (ii) uit de akoestische onderbouwing, die ook onderdeel uitmaakt van de vergunning, blijkt dat de aan- en afvoer per acht weken plaatsvindt en (iii) tot slot wijst het college op voorschrift 5.1.4 van de vergunning, waarin is opgenomen dat het laden en lossen van dieren en het afvoeren van mest alleen mag gebeuren op de in de aanvraag gegeven tijdstippen.

De Afdeling gaat niet mee in het betoog van het college. Volgens de Afdeling is de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen en neemt de motivering van de uitspraak van de rechtbank over. Uit de uitspraak van de rechtbank volgt kort samengevat dat de verplichting die het college aan de vergunning ontleent, niet blijkt uit de vergunning, de aanvraag of het akoestisch onderzoek. Daaruit blijkt enkel dat het aantal vrachtbewegingen is beperkt. Het per acht weken vergunnen van een bepaald aantal vrachtbewegingen is niet hetzelfde als een verplichting om een cyclusduur van acht weken aan te houden, aldus de rechtbank. Daaraan voegt de Afdeling toe dat het betoog van het college over voorschrift 5.1.4 niet tot een ander oordeel leidt. Dit voorschrift bepaalt dat het laden en lossen alleen mag gebeuren op de in de aanvraag gegeven tijdstippen; ook hieruit volgt geen verplichting van een cyclusduur van acht weken.

De aangevallen uitspraak, waarin door de rechtbank het besluit op bezwaar is vernietigd en de last onder dwangsom is herroepen, wordt door de Afdeling bevestigd.

Artikel delen