Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Participatie

In januari verscheen weer een uitspraak over participatie, deze keer van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2024:13160). Eerder verscheen ook al een aantal uitspraken over de uitleg en invulling van het begrip 'participatie' onder de Omgevingswet. Zie over de eerdere uitspraken Deel IV en in Deel VI.

4 maart 2025

Samenvatting

Samenvatting

De onderhavige uitspraak draait om een geschil over een omgevingsvergunning die is verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De werkzaamheden bestaan uit het vervangen van het dak en verhogen van de nok (een dakopbouw) van een woning in Lansingerland. Een omwonende maakte bezwaar en verzocht in de voorlopige voorziening om de bouw stil te leggen totdat op het bezwaar was beslist. Deze omwonende stelt onder andere dat geen participatie heeft plaatsgevonden terwijl dit op grond van gemeentelijk beleid verplicht is. 

Onder de Omgevingswet moet bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken (op grond van artikel 16.55, zesde lid Ow in samenhang met artikel 7.4, eerste lid Or). De aanvrager is in beginsel niet verplicht om dergelijke derde-belanghebbenden en overige geïnteresseerden bij de voorbereiding van de aanvraag te betrekken, maar is wel verplicht om aan te geven of zij al dan niet betrokken zijn. Als dat het geval is, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Op grond van artikel 16.55, zevende lid Ow kan de gemeenteraad wel gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij participatie verplicht is.

Vergunninghouder heeft op het aanvraagformulier aangegeven dat hij aan participatie heeft gedaan. Ter zitting heeft vergunningenhouder verduidelijkt dat hij al op het aanvraagformulier had toegelicht dat hij een (informeel) rondje heeft gemaakt met een aantal buren. Het college heeft geen aanleiding gezien om aanvullende stukken op te vragen. Ter zitting heeft het college toegelicht dat op basis van het participatiebeleid ‘Bindend adviesrecht en verplichte participatie’ van de gemeente Lansingerland voor het bouwplan geen participatieplicht geldt. Participatie is dus in dit geval vormvrij. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om het besluit te schorsen en wijst het verzoek af. Deze uitspraak bevestigt dat de Omgevingswet geen harde eisen stelt aan participatie in gevallen waarin geen participatieplicht geldt.

Artikel delen