Op 17 februari 2026 deed het gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak in een kort geding van een PAS-melder tegen de Staat over de legalisering van zijn activiteiten.

Wat speelde er?
Een ondernemer voert een agrarisch bedrijf. Bij de activiteiten van de ondernemer komt stikstof in het milieu. In het verleden is op grond van de toenmalige Natuurbeschermingswet een Programma Aanpak Stikstof gemaakt. Dat programma bracht mee dat voor activiteiten waarbij beperkt stikstof vrij kwam in de nabijheid van Natura 2000-gebieden geen vergunning hoefde te worden verkregen, maar dat onder voorwaarden met betrekking tot die stikstofdepositie kon worden volstaan met een melding. De ondernemer heeft een melding gedaan, heeft een zevende stal gebouwd en is daarin extra kippen gaan houden. Bij uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bepalingen die onder andere voorzagen in een vrijstelling van de vergunningplicht in geval van een PAS-melding onverbindend verklaard wegens strijdigheid met de Habitatrichtlijn. Als gevolg daarvan verrichtte de ondernemer haar extra activiteiten in strijd met de wet.
De wetgever heeft beoogd PAS-melders zoals de ondernemer te hulp te komen met een op grond van de toenmalige Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet) gemaakt programma voor een periode van drie jaar. Vanwege een gebrek aan stikstofruimte heeft dat programma voor de ondernemer geen oplossing geboden. Tijdens deze procedure was een nieuw wetsvoorstel rond PAS-melders aanhangig. Omdat een milieuorganisatie inmiddels bij het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg heeft verzocht handhavend tegen de ondernemer op te treden, vordert hij in deze kortgedingprocedure dat het hof de Staat beveelt maatregelen te treffen die tot legalisering van zijn activiteiten leiden en die voorkomen dat handhavend wordt opgetreden. De bevoegdheidsverdeling tussen de rechterlijke macht (de rechter) en de wetgevende macht (de wetgever) brengt met zich dat de rechter zich niet mag mengen in de politieke besluitvorming. De ondernemer heeft aangevoerd dat de Staat diverse maatregelen kan nemen die tot legalisatie van zijn activiteiten leiden. Volgens het hof is daarbij steeds ook wetgeving noodzakelijk met een specifieke inhoud. Het hof is van oordeel dat het de rechter niet is toegestaan een bevel aan de wetgever (de Staat) te geven om die specifieke wetgeving te maken.
Kortom: volgens het hof is het de rechter niet is toegestaan een legalisatie-/wetgevingsbevel met een dergelijke inhoud aan de wetgever (de Staat) te geven. De ondernemer kan wel schadevergoeding in geld vorderen.
Timing van de uitspraak is toevallig; deze week is ook de wet tot wijziging van de Omgevingswet voor de maatwerkaanpak legalisatie PAS-projecten van kracht geworden.
Link naar de uitspraak
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:364
Link naar meer informatie over het wetsvoorstel rond PAS-projecten https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36755_wijziging_van_de
Door Klaas Valkering