Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Plantenbakken geen bouwwerk en dus geen technische bouwactiviteit aan de orde

Rechtbank Noord-Holland 30 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3064. In art. 5.1, lid 2 onder a Ow is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. In de Bijlage bij art. 1.1 Ow is bepaald wat wordt verstaan onder:

30 March 2026

Samenvattingen

-bouwactiviteit: activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk;

- bouwwerk: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren (…)

Deze definities brengen mee dat overtreding van art. 5.1, lid 2, onder a Ow alleen aan de orde kan zijn als de gestelde overtreding ziet op een bouwwerk. De plantenbakken kunnen niet worden aangemerkt als ‘bouwwerk’. De plantenbakken zijn kennelijk wel van metaal en gevuld met aarde, maar zijn van relatief geringe omvang, te weten 1 x 1 x 0,8m. De plantenbakken kunnen worden verplaatst en dat is ook gebeurd. Dat wijst er op dat de bakken niet met de grond zijn verbonden: van bijvoorbeeld een fundering of hechting in de grond is geen sprake. Ten tijde van het bestreden besluit waren de twee plantenbakken immers ook al even verderop neergezet. Dat dit, zoals eiseres stelt, mogelijk alleen met machinale hulp kan, maakt dit mede gelet op het feit dat de bakken niet heel erg omvangrijk zijn, niet anders. Datzelfde geldt voor de mogelijkheid dat de bakken weer kunnen worden teruggeplaatst. Uit het feit dat de onderhavige bakken kunnen worden en daadwerkelijk worden verplaatst, kan ook worden afgeleid dat de plantenbakken niet bedoeld zijn om (voortdurend) ter plaatse te functioneren in de zin van de definitiebepaling.

Omdat de plantenbakken geen bouwwerk zijn is dus geen sprake van een overtreding van art. 5.1, lid 2, onder a Ow.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het plaatsen van de plantenbakken, als het wel bouwwerken waren, ook niet vergunningplichtig op grond van art. 5.1, lid 2 onder a Ow zou zijn vanwege art. 2.26 Bbl.

O.g.v. art. 2.26, lid 1, onder a Bbl geldt het verbod, bedoeld in artikel 5.1, lid 2 onder a Ow, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, voor zover hier van belang, slechts voor een bouwactiviteit, voor zover die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak en dat bouwwerk hoger is dan 5 m. De plantenbakken zijn 0,8 m hoog en daarmee is daarvoor de vergunningsplicht in art. 5.1, lid 2 onder a Ow in art. 2.26, lid 1, onder a, Bbl daarop niet van toepassing. Als de bakken wel bouwwerk zouden zijn, dan gold deze vergunningplicht dus nog niet.

Artikel delen