Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Positionering schuur ten opzichte van belendende woning is niet onmiskenbaar in strijd met algemene zorgplichten Ow 

De Rechtbank Den Haag oordeelt in zijn uitspraak van 27 maart 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:7185) dat het college het verzoek om handhavend optreden terecht heeft afgewezen, omdat - onder meer - de eigenaar van de gewraakte schuur deze niet in strijd met de algemene zorgplichten van de artt. 1.6 jo. 1.7 Omgevingswet (“Ow”) heeft gebouwd. De schuur in kwestie is nagenoeg tegen de zijgevel van de woning van eiser gerealiseerd. Omdat eiser stelt hiervan vocht- en geluidsoverlast in zijn woning te ondervinden, heeft hij het college tevergeefs verzocht hiertegen handhavend op te treden.

23 April 2026

Samenvattingen

Nadat de rechtbank in beroep heeft vastgesteld dat de schuur zonder omgevingsvergunning mocht worden geplaatst en niet in strijd met de bouwkundige eisen van art. 3.5 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), gaat de rechtbank na of sprake is van een overtreding van de algemene zorgplicht. Op grond van art. 1.6 Ow draagt een ieder voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving; art. 1.7 Ow bevat een algemene zorgplicht voor iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. De rechtbank overweegt dat uit art. 1.8 Ow en wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3) volgt dat beide zorgplichten een vangnetfunctie hebben en met name van belang zijn bij activiteiten die niet nader zijn gereguleerd. Omdat niet is gebleken van specifieke regels ter voorkoming van vochtschade bij derden als gevolg van de positionering van de schuur, doet de situatie waarop art. 1.8, eerste lid, Ow ziet - kort gezegd: indien voor een activiteit (wel) specifieke regels zijn gesteld en deze worden nageleefd, dan wordt eveneens voldaan aan beide voornoemde zorgplichten - zich in dit geval niet voor. De rechtbank overweegt dat, evenals onder het regime dat voorafgaand aan inwerkingtreding van de Ow gold, vanwege het vangnetkarakter van een algemene zorgplicht handhavend optreden op grond daarvan enkel aan de orde kan zijn als sprake is van onmiskenbare strijd met een algemene zorgplicht (vgl. de Afdelingsuitspraak van 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5756). Naar het oordeel van de rechtbank is van een dergelijke onmiskenbare strijd in dit geval niet gebleken: de enkele omstandigheid dat uit het door eiser overgelegde bouwkundig rapport volgt dat de beperkte afstand tussen de schuur en de gevel van de woning van eiser leidt tot onvoldoende natuurlijke ventilatie en dat hierdoor onder meer een verhoogd risico op vochtbelasting ontstaat, is hiervoor onvoldoende. Of de aanwezigheid van de schuur daadwerkelijk tot schade aan de woning van eiser heeft geleid of zal leiden, vergt nader onderzoek. Reeds daarom is van een onmiskenbare strijd met de algemene zorgplichten uit de Omgevingswet geen sprake. De rechtbank concludeert dat de aanwezigheid van de schuur geen overtreding oplevert waartegen het college handhavend kon optreden. Voor zover eiser meent dat de aanwezigheid van de schuur strijd oplevert met het burenrecht omdat hij hierdoor schade lijdt, hij hierdoor wordt gehinderd in de mogelijkheden om zijn gevel te onderhouden en hij door het gebruik dat van de schuur wordt gemaakt onrechtmatige geluidshinder ondervindt, verwijst de rechtbank eiser naar de civiele rechter.

Artikel delen