Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Privaatrechtelijke belemmeringen spelen geen rol bij opa bouw

De omgevingsvergunning is – voor zover hier nog van belang – aangevraagd voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (art. 5.1, lid 1, onder a Omgevingswet). Onder een omgevingsplanactiviteit wordt onder meer verstaan een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan.

22 January 2026

Dit wordt de binnenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd. De uitbreiding van de woning is op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bruidsschat) verboden zonder omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (op grond van art. 22.26 en 22.27 v.h. omgevingsplan, in samenhang met art. 5.1, lid 1, onder a, van Ow).

In het Bkl staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college de aanvraag van de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit beoordeelt. In art. 8.0a, lid 1 Bkl staat dat de omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. In art. 22.29 omgevingsplan staat het toetsingskader voor een omgevingsplanactiviteit bouwen. Uit die bepaling volgt dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met de in het omgevingsplan gestelde regels over bouwen en ook niet in strijd mag zijn met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

De rb. is van oordeel dat de uitbreiding van de woning niet in strijd is met art. 10, lid 4 van het bestemmingsplan en ook overigens niet in strijd is met de regels die gelden voor de vergunningverlening. In art. 8.0a, lid 1 Bkl staat dat een omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het bestemmingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Dat betekent dat sprake is van een gebonden beschikking.

Daarom heeft het college bij zijn besluit om een omgevingsvergunning te verlenen geen ruimte om een belangenafweging te maken, waarbij de door eiseres gestelde privaatrechtelijke belemmeringen eventueel een rol kunnen spelen. De rechtbank vindt het heel begrijpelijk dat eiseres moeite heeft met de uitbreiding van de woning. Het bestemmingsplan is echter onherroepelijk en vaststaat dat de uitbreiding van de woning hiermee niet in strijd is. Dat betekent dat de bestemmingsplanwetgever ervoor heeft gekozen dat buren, zoals eiseres, de overlast die bij realisering van deze mogelijkheid kan ontstaan, acceptabel heeft geacht.

Artikel delen