Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Procesbelang ondanks verkoop woning

In Ermelo houdt een eendenslachterij de gemoederen al enige tijd bezig. Ook de Afdeling heeft er al meerdere uitspraken over gedaan. Op 15 april 2026 heeft de Afdeling een uitspraak gedaan over handhavingsbesluiten die ten aanzien van de eendenslachterij zijn genomen. Een oud-omwonende was tegen deze besluiten opgekomen. Inmiddels had zij haar woning verkocht. Tegen die achtergrond wordt ter discussie gesteld of er nog wel sprake is van procesbelang.

18 April 2026

Samenvattingen

De Afdeling stelt eerst in algemene zin voorop dat procesbelang het belang is dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang meer bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Als de appellant stelt schade te hebben geleden, kan belang bestaan bij een inhoudelijke beoordeling van het (hoger) beroep. Voor het aannemen van procesbelang moet tot op zekere hoogte aannemelijk zijn dat schade is geleden als gevolg van het besluit.

Appellante stelt dat ze belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar (hoger) beroep, omdat zij schade heeft geleden als gevolg van de verschillende besluiten in dit handhavingstraject waarbij haar handhavingsverzoek werd afgewezen of, als er wel lasten onder dwangsom werden opgelegd, een lange begunstigingstermijn werd gegund en steeds werd verlengd, waardoor de overtredingen ten aanzien waarvan zij om handhaving had verzocht, nog voortduurden toen zij verhuisde. Op de zitting heeft zij aangegeven dat de voortdurende overlast van de eendenslachterij de reden is geweest dat zij haar woning te koop heeft aangeboden. Daarbij heeft zij toegelicht dat de woning ongeveer 2,5 jaar te koop heeft gestaan, dat veel potentiële kopers afhaakten door de stank en het lawaai van de eendenslachterij en dat zij de woning uiteindelijk voor een veel lager bedrag heeft moeten verkopen.

Volgens de Afdeling is er sprake van procesbelang. De Afdeling acht het niet onaannemelijk dat de woning als gevolg van de besluiten over haar verzoek om handhaving in waarde is gedaald. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het college gedurende enkele jaren heeft geweigerd om handhavend op te treden tegen de activiteiten en nooit volledig tegemoet is gekomen aan het verzoek om handhaving. Het is aannemelijk dat potentiële kopers bij het bepalen van de koopprijs rekening hebben gehouden met de activiteiten waar het verzoek om handhaving op ziet. Daarnaast neemt de Afdeling in aanmerking dat de woning ongeveer € 200.000,00 minder heeft opgebracht dan waarvoor deze was getaxeerd.

AbRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2081

Artikel delen